Ga naar de inhoud

Vraagbaak IV3 Provincies

IV3-informatievoorschrift-2019, Provincies

Iv3-informatievoorschrift-2019, doorlopend aangepaste versie

0.0 - Algemene dekkingsmiddelen

0.1 - Uitkering provinciefonds

Tot dit taakveld behoort de algemene uitkering uit het provinciefonds. Dit is inclusief de daartoe behorende integratie-uitkeringen en decentralisatie-uitkeringen.

Tot dit taakveld behoren niet:

  • de specifieke uitkeringen, deze worden geboekt op de desbetreffende taakvelden. Als deze uitkeringen op meer dan één taakveld betrekking hebben, worden deze uitgesplitst naar de desbetreffende taakvelden.

0.2 - Opbrengst provinciale belastingen

Onder dit taakveld vallen de baten en lasten die met name verband houden met artikel 222, 222c en 223 van de Provinciewet:

  • motorrijtuigenbelasting;

  • precario;

  • rechten, waaronder leges;

  • invordering, bezwaar en beroep.

Tot dit taakveld behoren niet:

  • leges met betrekking tot specifieke wetgeving zoals Wabo (taakveld 4.4), ontgrondingenwet (taakveld 4.5).

0.3 - Geldleningen en uitzettingen

Tot dit taakveld behoren de activiteiten die verband houden met de treasuryfunctie.

Het betreft de baten gerelateerd aan de uitzettingen met een looptijd korter als ook langer dan 1 jaar:

  • ontvangen rente;

  • kosten derivaten;

  • (dis)agio leningen;

  • baten bespaarde rente (interne financiering);

  • kosten van bewaargeving.

Tot dit taakveld behoren niet de baten en lasten van:

  • leningen/garanties uit hoofde van de publieke functie aan derden. De baten en lasten die daaraan verbonden zijn, worden geboekt op het taakveld waar die publieke taak onder valt;

  • uit hoofde van de publieke taak gehouden aandelen, daaraan verbonden dividenden en baten en lasten voor het aanhouden van die aandelen in bijvoorbeeld nutsbedrijven en de Bank Nederlandse Gemeenten. Deze vallen onder taakveld 0.4 (Deelnemingen).

0.4 - Deelnemingen

Tot dit taakveld behoren de baten en lasten verband houdende met deelnemingen van de provincie.

  • aandelen en daaraan verbonden dividenden;

  • baten en lasten (exploitatiebijdragen en deelnemingen) van elektriciteits-, gas- en drinkwater­voorzieningen;

  • baten en lasten van door de provincie beheerde warmtevoorzieningen (verwarmingsbedrijven) en centrale antennebedrijven.

0.5 - Algemene dekkingsmiddelen, overige baten en lasten

Tot dit taakveld behoren:

  • stelposten voor de geraamde bedragen voor de in het begrotingsjaar te verwachten loon- en prijsstijgingen voor zover deze niet zijn toegerekend;

  • een geraamd bedrag ter dekking van niet voorziene uitgaven in het begrotingsjaar.

Het gaat hier om het bedrag dat door de provincies wordt geraamd ter dekking van incidentele, niet voorziene, lasten;

  • geraamde baten en lasten voortvloeiende uit beleidsveranderingen. Hieronder worden onder meer gerekend de stelposten nieuw beleid, intensivering bestaand beleid, ombuigingen dan wel nog te nemen bezuinigingsmaatregelen. Dit voor zover deze niet zijn toe te delen aan specifieke taalvelden;

  • overige baten en lasten die niet aan specifieke taakvelden zijn toe te rekenen.

Tot dit taakveld behoren niet: Werkelijke incidentele niet voorziene lasten of baten, deze moeten verantwoord worden bij het taakveld waarop ze betrekking hebben.

0.6 - Overhead

Tot dit taakveld behoren de kosten van overhead, alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van medewerkers in het primaire proces:

  • financiën, toezicht en controle gericht op de eigen organisatie;

  • personeel en organisatie;

  • inkoop (incl. aanbesteding en contractmanagement);

  • juridische zaken;

  • bestuurszaken en bestuursondersteuning;

  • informatievoorziening en automatisering van PIOFACH-systemen;

  • facilitaire zaken en huisvesting (incl. beveiliging);

  • documentaire informatievoorziening (DIV);

  • managementondersteuning primair proces.

Tot dit taakveld behoort niet:

  • ondersteuning van de staten, de griffie maakt geen deel uit van de ambtelijke organisatie, dit hoort onder taakveld 1.1;

  • archieven met een historische betekenis horen onder taakveld 7.1.

0.7 - Vennootschapsbelasting

Op dit taakveld wordt (de raming van) het te betalen bedrag vennootschapsbelasting als last geboekt. Het gaat om het (geraamde) bedrag van de aanslag vennootschapsbelasting voor het betreffende begrotingsjaar/verantwoordingsjaar. Dit bedrag is verschuldigd vanwege fiscale winst die per saldo is gerealiseerd op ondernemingsactiviteiten in het betreffende begrotingsjaar na eventuele verrekening van fiscale verliezen uit eerdere begrotingsjaren.

Ook in de jaarrekening zal het veelal nog gaan om een raming van het bedrag van de aanslag, omdat de definitieve aanslag dan nog niet is ontvangen.

Daarom wordt op dit taakveld ook het eventueel voorkomend verschil geboekt tussen het bedrag van de in het begrotingsjaar ontvangen definitieve aanslag vennootschapsbelasting over een ouder begrotingsjaar en het bedrag dat als raming in de jaarstukken voor dat oudere jaar is opgenomen.

0.8 - Mutaties reserves

Op dit taakveld worden alle onttrekkingen en toevoegingen aan de reserves geboekt.

Op dit taakveld mag alleen worden geboekt op categorie 7.1 Mutatie reserves.

0.9 - Resultaat

Tot dit taakveld behoort het begrotingsresultaat nadat het saldo van baten en lasten is gemuteerd op basis van de mutaties uit hoofde van taakveld 0.8.

Het resultaat op dit taakveld dient via een aparte balanspost zichtbaar te zijn.

1.0 - Bestuur

1.1 - Provinciale Staten

Baten en lasten die verband houden met het democratisch functioneren van provinciale staten, inclusief die voor de griffier van de Staten, de rekenkamer(functie) en de accountant (begroting, jaarverslag e.d.).

1.2 - Gedeputeerde Staten

Baten en lasten die verband houden met het democratisch functioneren van de gedeputeerde staten inclusief de commissaris van de Koning.

1.3 - Kabinetszaken

Tot dit taakveld worden gerekend de werkzaamheden van het kabinet van de commissaris van de Koning.

Niet tot dit taakveld behoort:

  • Als de commissaris optreedt in het belang van de handhaving van de rechtsorde en als orgaan van het Rijk, zoals: openbare orde en veiligheid; rampenbestrijding; voorbereiding civiele verdediging. Dit behoort onder taakveld 1.6 (openbare orde en veiligheid).

1.4 - Bestuurlijke organisatie

Tot dit taakveld behoren:

  • toepassing van de Wet gemeenschappelijke regelingen betreffende samenwerkingsverbanden op het gebied van algemeen bestuur;

  • gemeentelijke herindeling, ook grenswijzigingen tussen gemeenten;

  • vernieuwing bestuurlijke organisatie en in relatie daarmee de takenpakketten van de verschillende bestuurslagen;

  • nieuwe bestuursvormen;

  • wijziging van de provinciale grenzen.

Niet tot dit taakveld behoort:

  • bestuurlijk interprovinciaal overleg betreffende bestuurlijke organisatie (taakveld 1.9).

1.5 - Interbestuurlijk toezicht op de regio

Het financiële toezicht van het provinciaal bestuur op gemeenten en op gemeenschappelijke regelingen tussen gemeenten is gebaseerd op verschillende wetten en voorschriften.

Tot dit taakveld behoren toezichtsactiviteiten die voortvloeien uit:

  • Gemeentewet;

  • Wet gemeenschappelijke regelingen;

  • Financiële-verhoudingswet;

  • Wet Financiering Decentrale Overheden (FIDO);

  • Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV).

Niet tot dit taakveld behoren:

  • bestuurlijk interprovinciaal overleg betreffende bestuurlijke organisatie (taakveld 1.9);

  • het niet-financiële toezicht ingevolge de overige wettelijke regelingen op taken van de gemeenten, al dan niet ondergebracht in een gemeenschappelijke regeling (taakveld 1.9).

1.6 - Openbare orde en veiligheid

Baten en lasten van adviesverzoeken aan de provinciale besturen over openbare orde en veiligheid behoren tot dit taakveld.

Het betreft specifieke verzoeken op grond van:

  • Drank- en Horecawet;

  • Wet vervoer gevaarlijke stoffen;

  • Wet buitengewone bevoegdheden burgerlijk gezag (in verband met handhaving orde);

  • Politionele zaken;

  • baten en lasten van civiele verdediging en rampenbestrijding;

  • reddingswezen.

Tot dit taakveld behoort niet:

  • lasten op het gebied van de Wet Milieubeheer (taakveld 4.6);

  • Flora en Faunawet (taakveld 5.3).

1.9 - Bestuur, overige baten en lasten

Tot dit taakveld behoren de baten en lasten passend bij de uitvoering van de overige wettelijke regelingen, die tot het algemeen bestuur worden gerekend. Zoals daar zijn:

  • archiefinspectie;

  • afhandelen klachten;

  • ingediende bezwaren en beroepen;

  • bestuurlijk interprovinciaal overleg;

  • baten en lasten voor het voormalig personeel (wachtgelden, pensioenvervangende uitkeringen);

  • de aan derden in rekening te brengen apparaatskosten evenals de direct daaraan te relateren lasten;

  • de baten en lasten van interprovinciale activiteiten voor zover declarabel bij andere provincies en voor zover deze niet behoren tot de overige taakvelden;

  • Provinciale eigendommen.

Tot dit taakveld behoren niet:

  • de uitkeringen en pensioenen aan weduwen en wezen van oud-leden van gedeputeerde staten. Deze baten en lasten op het betreffende taakveld 1.2 verantwoorden;

  • de baten en lasten voor werken voor derden, deze behoren bij de specifieke taakvelden waar ze betrekking op hebben.

2.0 - Verkeer en vervoer

2.1 - Landwegen

Tot dit taakveld behoren taken ten behoeve van de aanleg en het beheer en onderhoud van landwegen en verkeersonderzoek:

  • bruggen, kruispunten, tunnels, viaducten, parkeerplaatsen, parkeerstroken, bushaltes, bermen, middenbermen, wegsloten, vangrails, drainagewerken, stut- en schoorwerken, fietspaden, trottoirs, vluchtheuvels, onderhoudssteunpunten, dienstwoningen van kantonniers;

  • wegmarkering, straatverlichting, verkeersborden, verkeersregelinstallaties, bijdragen voor wegmeubilair, beplantingen, maatregelen ter bestrijding geluidhinder, herstel van schade;

  • gladheidsbestrijding;

  • informatievoorziening weggebruikers.

Tot dit taakveld behoren niet:

  • overige maatregelen ter bestrijding geluidhinder niet behorende bij
    provinciale wegen (taakveld 4.3);

  • picknickplaatsen (taakveld 6.4);

  • recreatieve rijwielpaden (taakveld 6.4).

2.2 - Waterwegen

Tot dit taakveld behoren taken ten behoeve van aanleg en beheer en onderhoud van waterwegen:

  • baggeren van vaarwegen;

  • oeveronderhoud;

  • aanleg en vervanging van kunstwerken bij vaarwegen;

  • bediening van bruggen en sluizen;

  • nautisch toezicht;

  • informatievoorziening vaarweggebruikers.

Tot dit taakveld behoren niet:

  • Waterschapswet (taakveld 3.1);

  • Wabo (taakveld 4.4);

  • bijdragen aan havenschappen (taakveld 6.9).

2.3 - Openbaar vervoer

Tot dit taakveld behoren taken ten behoeve van het openbaar vervoer:

  • luchtvaart-, trein-, tram-, metro- en autobusdiensten;

  • busstations;

  • spoor- en tramwegen;

  • boot- en veerdiensten;

  • reizigersinformatie.

Tot dit taakveld behoren niet:

  • sportvliegvelden (taakveld 6.9);

  • opbrengsten (dividend) uit kapitaalverstrekkingen aan een vervoersmaatschappij (taakveld 0.4).

2.9 - Verkeer en vervoer, overige baten en lasten

Tot dit taakveld behoren de overige taken op het gebied van verkeer en vervoer waaronder:

  • overlegorganen verkeersveiligheid en de verkeers- en vervoersplanning;

  • algemene beïnvloeding van verkeersgedrag Algemeen onderzoek.

3.0 - Water

3.1 - Waterkeringen

Tot dit taakveld behoren taken ten behoeve van de uitvoering van waterkeringswerken:

  • kosten voortvloeiende uit de Waterstaatswet, Waterwet, provinciale verordeningen, EU-richtlijn overstromingsrisico’s en de Deltawet;

  • exploitatielasten van zee-, rivier- en boezemwaterkeringen c.a.

3.2 - Kwantiteit oppervlaktewater

Tot dit taakveld behoren taken op het gebied van beheer en onderhoud van oppervlaktewater:

  • kosten voortvloeiende uit provinciale verordeningen daarover;

  • exploitatie installaties c.a. voor kwantitatief beheer en van de daarop betrekking hebbende exploitatie van dienstwoningen;

  • heffingen voor boezemwateren en polders en (huur) opbrengsten dienstwoningen;

  • pachtopbrengsten.

Tot dit taakveld behoort niet:

  • kwaliteit oppervlaktewater (taakveld 3.4).

3.3 - Kwantiteit grondwater

Tot dit taakveld behoren taken op het gebied van beheer en onderhoud van grondwater:

  • grondwaterheffing en onderzoek, monitoring en meetnetbeheer;

  • onttrekking grondwater voor drinkwatervoorziening.

Tot dit taakveld behoren niet:

  • aandelen in algemene drinkwatervoorzieningen (taakveld 0.4);

  • kwaliteit grondwater (taakveld 3.5).

3.4 - Kwaliteit oppervlaktewater

Tot dit taakveld behoren taken op het gebied van het kwalitatieve beheer van het oppervlaktewater:

  • Uitvoering Kaderrichtlijn Water;

  • zwemwater (natuurbaden);

  • rioleringen en stedelijk waterbeheer (waterketen);

  • verontreinigingsheffing en Beheer en onderhoud van zuiveringswerken.

Tot dit taakveld behoren niet:

  • kwantiteit oppervlaktewater (taakveld 3.2).

3.5 - Kwaliteit grondwater

Tot dit taakveld behoren taken op het gebied van kwalitatieve beheer van grondwater:

  • onderzoek, monitoring en meetnetbeheer;

Tot dit taakveld behoren niet:

  • kwantiteit grondwater (taakveld 3.3);

  • bodembescherming (taakveld 4.1).

3.9 - Water, overige baten en lasten

Tot dit taakveld behoren de overige taken op het gebied van water, onder meer op grond van de Waterschapswet (organisatie waterschapsbestel).

4.0 - Milieu

4.1 - Bodembescherming

Tot dit taakveld behoren de taken op het gebied van bodembescherming:

  • kosten voortvloeiend uit de wet bodembescherming waaronder bodembeschermende maatregelen en bodemsanering.

Tot dit taakveld behoren niet:

  • de bij de provincie blijvende baten en lasten van bodemsanering, waarvan de verontreiniging of aantasting van de bodem betrekking heeft op gronden van de provincie. Deze worden tot die functie gerekend, waar de baten en lasten voor beheer en onderhoud van die gronden tot uitdrukking worden gebracht.

4.2 - Luchtverontreiniging

Tot dit taakveld behoren de taken op het gebied van luchtverontreiniging:

  • Kosten voortvloeiende uit de wet luchtverontreiniging waaronder metingen van de luchtverontreiniging met behulp van meetwagens, aanschaf / onderhoud en controle meetapparatuur.

4.3 - Geluidhinder

Tot dit taakveld behoren de taken op het gebied van geluidhinder:

  • Kosten voortvloeiende uit de wet geluidhinder waaronder metingen van geluidhinder met behulp van meetwagens, aanschaf / onderhoud en controle meetapparatuur.

4.4 - Vergunningverlening en handhaving

Tot dit taakveld behoren de taken op het gebied van (milieu)vergunningverlening en handhaving:

  • kosten voortvloeiende uit de wet milieubeheer en de wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) mede in verband met het Nationaal Milieubeleidsplan;

  • bijdrage aan de regionale uitvoeringsdiensten (RUD’s).

Tot dit taakveld behoren niet:

  • de kosten voor ontgrondingen (zie taakveld 4.5).

4.5 - Ontgronding

Tot dit taakveld behoren de taken op het gebied van ontgrondingen.

  • Kosten voortvloeiende uit de ontgrondingenwet.

4.6 - Duurzaamheid

Tot dit taakveld behoren de taken op het gebied van duurzaamheid:

  • Adviseren over en stimuleren van duurzaamheidsinitiatieven waaronder:

  • duurzame energie;

  • warmte-koude opslag in bodem;

  • fair trade;

  • duurzame landbouw

4.9 - Milieu, overige baten en lasten

Tot dit taakveld behoren de overige taken op het gebied van milieu.

5.0 - Natuur

5.1 - Natuurontwikkeling

Het betreft hier de baten en lasten voor het realiseren van de ontwikkelopgave nationaal natuurnetwerk;

  • verwerving van gronden ten behoeve van het inrichten van deze gronden als natuur;

  • verkoop van gronden ontvangen van het rijk die niet passen in de ontwikkelopgave.
    De opbrengst van deze gronden wordt weer voor natuur ingezet.

5.2 - Beheer natuurgebieden

Het betreft hier de baten en lasten voor beheer en onderhoud van natuurgebieden:

  • natuurbeheer;

  • beheerplannen natura2000 gebieden;

  • Programma Aanpak Stikstof (PAS);

  • beschermende maatregelen van natuur en landschappen;

  • agrarisch natuurbeheer;

  • vergunningverlening, ontheffing en adviezen op grond van de natuurbeschermingswet en Boswet;

  • ondersteuning van Nationale parken.

5.3 - Beheer flora en fauna

Het betreft hier de baten en lasten voor beheer van planten en dieren in een bepaald gebied waaronder:

  • vergunningverlening, ontheffing en adviezen op grond van de Flora- en faunawet;

  • weidevogellandschappen;

  • aanpak ganzenschade.

5.9 - Natuur, overige baten en lasten

Tot dit taakveld behoren de overige taken op het gebied van natuur

Tot dit taakveld behoort niet:

  • duurzame landbouw (taakveld 4.6).

6.0 - Regionale economie

6.1 - Agrarische aangelegenheden

Baten en lasten voor de verbetering van de agrarische structuur, land-, tuin- en bosbouw en veeteelt.

In dit verband moet ook worden gedacht aan de kosten die samenhangen met de provinciale activiteiten rondom de reconstructie van varkenshouderijen en dergelijke.

6.2 - Logistiek

Tot dit taakveld behoren de baten en lasten die samenhangen met de logistieke inrichting ter bevordering van de economische activiteiten. Zoals daar zijn:

  • zee- en binnenhavens;

  • overslagcentra;

  • logistieke knooppunten;

  • innovatie op het gebied van logistiek;

  • parkeeroverlast vrachtwagens.

6.3 - Kennis en innovatie

Baten en lasten van voor de bevordering van kennis en het stimuleren van innovatie.

Kernbegrippen zijn:

  • aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt;

  • ontsluiting en toepassing van het regionaal kennisaanbod;

  • universiteiten en hogescholen;

  • Regionaal Opleidings Centrum (ROC);

  • leerstoelen;

  • Research & Development;

  • laboratoria.

Tot deze functie behoren niet de baten en lasten van:

  • educatie (taakveld 7.9)

6.4 - Recreatie en toerisme

Dit taakveld omvat de activiteiten voor het bevorderen van recreatie en toerisme.

Tot dit taakveld behoren onder meer:

  • baten en lasten van toeristische rijwiel-, voet- en ruiterpaden;

  • baten en lasten van strandvoorzieningen, jachthavens en sportvliegvelden ed.;

  • baten en lasten van bevordering van overige recreatieve activiteiten,

  • bevordering toerisme, waaronder subsidie aan de V.V.V.

Niet tot dit taakveld behoren:

  • amateuristische kunstbeoefening, creatieve vorming (taakveld 7.1);

  • zwembaden, trimbanen en sportvelden en –terreinen (taakveld 7.2);

  • leefbaarheid (taakveld 8.1).

6.9 - Regionale economie, overige baten en lasten

Baten en lasten voor specifieke aangelegenheden op het gebied van economische zaken behoren in principe tot het desbetreffende taakveld.

Als een directe relatie met een dergelijk taakveld ontbreekt, vindt verantwoording plaats op dit taakveld.

Tot dit taakveld behoort niet:

  • De deelnemingen aan nutsbedrijven (taakveld 0.4).

7.0 - Cultuur en maatschappij

7.1 - Cultuur en maatschappij

Tot dit taakveld behoren de taken op het gebied van cultuur waaronder:

  • bevordering van beeldende kunst, muziek, dans en toneel;

  • musea: verwerven, behouden, wetenschappelijk onderzoeken en presenteren van kunst en cultuur;

  • letterkunde en talen (waaronder Friese taal, wet gebruik Friese taal);

  • instandhouding, restauratie en herbestemming monumenten (monumentenwet).

7.2 - Maatschappij

Tot dit taakveld behoren de taken op het gebied van maatschappij waaronder:

  • bijdrage aan provinciale ondersteuningsinstelling bibliotheken (wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen);

  • sociaal beleid, maatschappelijke dienstverlening;

  • sport.

Tot dit taakveld behoort niet:

  • eigen bibliotheek (onderdeel van bedrijfsvoering taakveld 0.6)

7.9 - Cultuur en maatschappij, overige baten en lasten

Tot dit taakveld behoren de overige taken op het gebied van cultuur en maatschappij.

Onder andere: samenlevingsopbouw, volksgezondheid

8.0 - Ruimte

8.1 - Ruimtelijke ordening

Tot dit taakveld behoren de taken op het gebied van ruimtelijke ordening waaronder:

  • opstellen algemene plannen, demografische en ruimtelijke modellen;

  • onderzoek kleine kernen, groeikernen, urbanisatie, suburbanisatie;

  • provinciale raad van advies voor de ruimtelijke ordening;

  • op- en bijstellen van streekplannen;

  • streekplancommissie, inspraak;

  • uitwerkingsplannen die niet functioneel zijn toe te rekenen, zoals dorpenplan, plan militaire terreinen;

  • toetsing (inter)gemeentelijke structuur-, bestemmings-, reconstructie- en saneringsplannen;

  • exploitatieverordening;

  • schadevergoedingen ingevolge de Wet Ruimtelijke Ordening;

  • omgevingswet: opstellen omgevingsvisie en uitvoering omgevingswet;

  • stimuleren van maatregelen ter verbetering van de leefbaarheid binnen de provincie.

    Tot dit taakveld behoren de taken op het gebied van ruimtelijke ordening waaronder:

  • opstellen algemene plannen, demografische en ruimtelijke modellen;

  • onderzoek kleine kernen, groeikernen, urbanisatie, suburbanisatie;

  • provinciale raad van advies voor de ruimtelijke ordening;

  • op- en bijstellen van streekplannen;

  • streekplancommissie, inspraak;

  • uitwerkingsplannen die niet functioneel zijn toe te rekenen, zoals dorpenplan, plan militaire terreinen;

  • toetsing (inter)gemeentelijke structuur-, bestemmings-, reconstructie- en saneringsplannen;

  • exploitatieverordening;

  • schadevergoedingen ingevolge de Wet Ruimtelijke Ordening;

  • omgevingswet: opstellen omgevingsvisie en uitvoering omgevingswet;

  • stimuleren van maatregelen ter verbetering van de leefbaarheid binnen de provincie.

8.2 - Volkshuisvesting

Tot dit taakveld behoren de taken op het gebied van volkshuisvesting waaronder:

  • woningmarktonderzoek;

  • woningbouwprogrammering;

  • provinciale schoonheidscommissie;

  • stichting welstandstoezicht;

  • organisatie van de overloop uit de Randstad;

  • subsidie voor ondersteuning projecten voor flexibel en toekomstgericht bouwen;

  • toezicht op huisvestigingsproces Statushouders op basis van wet revitalisering generiek toezicht.

8.3 - Stedelijke vernieuwing

Tot dit taakveld behoren de taken op het gebied van stedelijke vernieuwing waaronder:

  • provinciale stedelijke vernieuwingscommissie;

  • uitvoering rijksbeleid voor stedelijke vernieuwing;

  • stimulering en uitvoering van provinciaal beleid met betrekking tot stedelijke vernieuwing.

8.9 - Ruimte, overige baten en lasten

Tot deze functie behoren de baten en lasten, die niet specifiek aan bovenstaande taakvelden zijn toe te rekenen.

1.0 - Salarissen en sociale lasten

De salarissen en sociale lasten zijn vergoedingen voor geleverde arbeid. In het algemeen is daarvan sprake wanneer er een dienstverband bestaat of heeft bestaan. Naast de arbeidscontractanten dienen te worden vermeld de werknemers die tewerk zijn gesteld ingevolge sociale regelingen. Er is ook sprake van een verband als het gaat om vervulling van een politiek ambt, zoals wethouder of lid van de gemeenteraad, Provinciale Staten of Gedeputeerde Staten. Een dienstverband kan verder tijdelijk van aard zijn en / of een gedeelte van de normale werktijd opeisen (deeltijdarbeid).

Een dienstverband bestaat niet met personeel van derden, zoals werknemers van ingenieurs- en adviesbureaus, het personeel van uitzendbureaus en zelfstandige gemeenschappelijke regelingen. Zij bestaat evenmin met personen met een vrij beroep, zoals artsen, accountants en architecten, voor zover zij niet in dienst zijn (van de betreffende gemeente, gemeenschappelijke regeling of provincie). De vergoedingen voor door hen geleverde diensten behoren tot de lastencategorieën die tot de goederen- en dienstentransacties worden gerekend.

1.1 - Salarissen en sociale lasten

(Deze categorie komt alleen aan de lastenkant voor).

De salarissen en sociale lasten zijn vergoedingen voor geleverde arbeid. In het algemeen is daarvan sprake wanneer er een dienstverband bestaat of heeft bestaan (met de betreffende gemeente, gemeenschappelijke regeling of provincie), zoals dit ook het geval is bij bijvoorbeeld vrijwilligers van de brandweer en vakantiewerkers, stagiairs en dergelijke. Naast de arbeidscontractanten dienen te worden vermeld de werknemers die (bij de betreffende gemeente, gemeenschappelijke regeling of provincie) tewerk zijn gesteld ingevolge sociale regelingen. Er is ook sprake van een verband als het gaat om vervulling van een politiek ambt, zoals wethouder of lid van de gemeenteraad, Provinciale Staten of Gedeputeerde Staten. Een dienstverband kan verder tijdelijk van aard zijn en / of een gedeelte van de normale werktijd opeisen (deeltijdarbeid).

Een dienstverband bestaat niet met personeel van derden, zoals werknemers van ingenieurs- en adviesbureaus, het personeel van uitzendbureaus en zelfstandige gemeenschappelijke regelingen. Zij bestaat evenmin met personen met een vrij beroep, zoals artsen, accountants en architecten, voor zover zij niet in dienst zijn (van de betreffende gemeente, gemeenschappelijke regeling of provincie). De vergoedingen voor door hen geleverde diensten behoren tot de lastencategorieën die tot de goederen- en dienstentransacties worden gerekend.

Tot de Salarissen en sociale lasten worden gerekend:
  1. Loonbetalingen
    Tot de loonbetalingen worden gerekend de betalingen en vergoedingen die het karakter hebben van het verstrekken van een inkomen voor geleverde arbeid voor alle categorieën met een dienstverband (zie hierboven). Deze betalingen en vergoedingen bestaan vooral uit de reguliere maandelijkse lonen volgens de salarisschalen, de vakantie-uitkeringen en de eindejaarsuitkeringen, maar ook uit toelagen als overwerkvergoedingen, ambtstoelagen en diplomatoelagen.
  2. Vergoedingen voor het woon-werkverkeer
  3. Uitkeringen van werkgevers aan hun werknemers in het kader van spaarregelingen
  4. Bijzondere uitkeringen aan werknemers die de werkgever verlaten en die niet zijn vastgelegd in een collectieve arbeidsovereenkomst
  5. Huisvestingstoelagen die door werkgevers aan hun werknemers worden uitbetaald.
  6. Loon in natura
    • maaltijden en dranken, inclusief die tijdens zakenreizen;
    • sport-, vrijetijds- of vakantiefaciliteiten voor werknemers en hun gezinnen;
    • kinderopvang voor de kinderen van werknemers;
    • prijsreducties in gratis of gesubsidieerde kantines;
    • vervoer naar en van het werk, behalve wanneer dit tijdens werktijd plaatsvindt;
    • woon- of accommodatiediensten, in eigen beheer verzorgd of van derden gekocht, ten behoeve van alle leden van het huishouden waartoe de werknemer behoort;
    • uniformen of andere speciale kleding die werknemers niet alleen op het werk, maar ook regelmatig buiten de werkplek dragen;
    • het ter beschikking stellen van parkeerplaatsen terwijl hiervoor anders zou moeten worden betaald.
    • Kosten voor de werkgever van goederen en diensten of andere voordelen in natura die gratis of tegen sterk gereduceerde prijs aan de werknemers (of gezinsleden daarvan) beschikbaar worden gesteld en het karakter hebben van een aanvullend inkomen. Voorbeelden zijn:
  7. Sociale premies
  8. Tot de sociale lasten worden gerekend de door de werkgever betaalde premies aan pensioenfondsen en sociale verzekeringsinstellingen ten behoeve van haar huidig of voormalig personeel.
  9. Sociale uitkeringen personeel
  10. Tot de sociale uitkeringen personeel worden gerekend alle rechtstreeks (dus niet via premies aan sociale verzekeringsfondsen) door de werkgever aan (voormalige) werknemers en rechthebbenden van voormalig personeel uitbetaalde uitkeringen, zoals wachtgelden en pensioenen. Tot deze uitkeringen worden ook gerekend de sociale uitkeringen die in natura aan voormalig personeel worden verstrekt.
  11. Verhaalde salarissen en sociale premies (negatieve last)
  12. Hieronder vallen de verhaalde salarissen, verhaalde premies pensioenfondsen en sociale verzekeringen en ontvangen vergoedingen voor vervroegd uitgetreden personeel.
Niet tot deze categorie behoren:
  • toelages voor kosten die zijn gemaakt in het belang van de werkgever, zoals kosten voor het maken van dienstreizen, kosten voor de aanschaf van (bedrijfs)kleding of gereedschap en verplaatsingskosten. Al deze toelages moeten worden gerekend tot (lasten) 3.8 Overige goederen en diensten;
  • de premies voor verzekeringen die zijn opgenomen onder (lasten) 3.8 Overige goederen en diensten (zie onderdeel B c);
  • een bijdrage aan het personeelsfonds of personeelsvereniging. Deze moeten worden geboekt onder 4.3.8 Inkomensoverdrachten - overige instellingen en personen;
  • het negatief opnemen van baten aan uitgeleend eigen personeel; deze moeten worden opgenomen als baten 3.5.2 Uitgeleend personeel.

2.0 - Belastingen

Een belasting is een algemene, verplichte betaling aan de overheid (of aan een instelling van de Europese Unie) door een rechtssubject, waartegenover geen individuele prestatie van die overheid aan dat rechtssubject staat. Belastingen worden geheven op grond van een wet (het zogenoemde legaliteitsbeginsel). Het zijn daarnaast betalingen, in geld of in natura, die door de overheid worden opgelegd in verband met de productie of de invoer van goederen en diensten, het in dienst hebben van arbeidskrachten en de eigendom of het gebruik van grond, gebouwen of andere activa die in het productieproces worden aangewend.

Tot de belastingen worden ook gerekend:
  • de rente die in rekening is gebracht voor achterstallige betalingen van verschuldigde belastingen en de boetes die zijn opgelegd, wanneer deze rente en boetes als zodanig niet afzonderlijk kunnen worden onderscheiden; indien de rente en boetes wel afzonderlijk zijn te onderscheiden dan dienen zij geboekt te worden op respectievelijk 5.1 Rente en de Inkomensoverdrachten;
  • de kosten die ten laste van de belastingbetaler worden gebracht in verband met de inning of het verhaal van uitstaande belastingbedragen.

Indien het geboekte belastingbedrag gebaseerd is op aanslagen en er is sprake van kwijtschelding of oninbaarheid, dan mag het kwijtgescholden of oninbare belastingbedrag niet in mindering worden gebracht op de aanslag. Kwijtscheldingen en oninbare belastingen moeten worden geboekt op één van de categorieën onder Kapitaaloverdrachten, waarbij bijvoorbeeld de kwijtschelding aan personen geboekt moet worden op 4.4.8 Kapitaalsoverdrachten - overige instellingen en personen.

Het bedrag aan belastingen (betaald of ontvangen) mag wel worden verminderd met het bedrag aan belastingrestituties (ontvangen of betaald). Het totaalbedrag aan belastingen mag ook worden verminderd met het bedrag van de belastingverlichtingen die de overheid verleent op grond van haar economisch beleid.

Niet tot de belastingen behoren:
  • parkeerbelasting (zie (baten) 3.7 Leges en andere rechten);
  • baatbelasting (zie Kapitaaloverdrachten);
  • precariobelasting (zie 3.3 Pachten).

2.1 - Belastingen

(Deze categorie komt alleen aan de lastenkant voor).

Zie de algemene toelichting onder 2. Belastingen.

Onder de belastingen die moeten worden betaald aan het Rijk vallen:
  • vennootschapsbelasting;
  • motorrijtuigenbelasting;
  • heffing in verband met lozingen op rijkswateren.
Onder de belastingen die moeten worden betaald aan de waterschappen vallen:
  • watersysteemheffing;
  • zuiveringsheffing.

Daarnaast worden hiertoe gerekend de belastingen die gemeenten en provincies innen en die beschreven zijn onder de (baten)categorieën 2.2.1 Belastingen op producenten en 2.2.2 Belastingen op huishoudens.

2.2.1 - Belastingen op producenten

(Deze categorie komt alleen aan de lastenkant voor).

Zie de algemene toelichting onder 2 Belastingen.

Tot deze categorie behoort de opbrengst van de volgende belastingen die ingevolge de Gemeentewet, de Wet op de bedrijveninvesteringszones (BIZ), de Provinciewet, de Waterwet en de Wet milieubeheer kunnen worden geheven:

  • onroerende zaakbelasting voor woningen en niet-woningen voor eigenaren;
  • onroerende zaakbelasting voor niet-woningen voor gebruikers;
  • roerende zaakbelasting voor woon- en bedrijfsruimten voor eigenaren;
  • roerende zaakbelasting voor bedrijfsruimten voor gebruikers;
  • toeristenbelasting;
  • reclamebelasting;
  • rioolheffing op niet-woningen;
  • BIZ-bijdrage;
  • opcenten motorrijtuigenbelasting op motorrijtuigen bedoeld voor bedrijfsuitvoering;
  • grondwaterheffing;
  • heffing nazorg stortplaatsen.

2.2.2 - Belastingen op huishoudens

Zie de algemene toelichting onder 2. Belastingen.

Tot deze categorie behoort de opbrengst van de volgende belastingen die ingevolge de Gemeentewet en de Provinciewet geheven kunnen worden:

  • forensenbelasting;
  • hondenbelasting;
  • rioolheffing op woningen;
  • opcenten motorrijtuigenbelasting op motorrijtuigen bedoeld voor niet-zakelijk gebruik.

3.0 - Goederen en diensten

Een voorwaarde waaronder een betaling tot de Goederen en diensten wordt gerekend is dat tegenover de betaling een aanwijsbare prestatie moet staan in de vorm van een levering van goederen en/of diensten.

Daarnaast geldt voor alle categorieën met uitzondering van 3.1 Grond, 3.2 Duurzame goederen en 3.3 Pachten nog het volgende. Betalingen voor goederen en/of diensten geleverd door overheidsinstelling aan een overheidsinstelling mogen alleen (moeten) tot categorie 3.4.1 tot en met 3.8 gerekend wanneer aan één van de onderstaande voorwaarden wordt voldaan:

  • de goederen en diensten worden verbruikt in het eigen productieproces (zie Begrippenlijst) van de aankopende overheidsinstelling

of

  • het contract voor de levering van goederen of diensten is tot stand gekomen binnen een aanbestedingstraject.

Dit betekent dat bijvoorbeeld een betaling van een gemeente aan een gemeenschappelijke regeling (gr) voor het ophalen van het huishoudelijk afval in die gemeente alleen tot de goederen en diensten mogen worden gerekend als er aanbesteding heeft plaatsgevonden. Is er geen sprake van aanbesteding, dan moet de betaling worden geregistreerd als 4.3.3 Inkomensoverdrachten – gemeenschappelijke regelingen.

Daarentegen behoort de betaling van diezelfde gemeente aan diezelfde gr voor het ophalen van het afval van het gemeentelijk apparaat zelf (zoals het afval van het gemeentehuis) wel tot de aankoop van goederen en diensten. Dit met als reden dat het functioneren van het gemeentehuis onderdeel uitmaakt van het eigen productieproces. Of er al dan niet sprake is van aanbesteding speelt daarbij geen rol.

Ook als een gr voor de huisvesting van de eigen ambtenaren een kantoorpand huurt van een gemeente, is er sprake van een aankoop van een dienst (die onder de Goederen en diensten moet worden geregistreerd). Dit met als reden dat de gehuurde ruimte voor het huisvesten van het eigen apparaat is die taken uitvoeren die tot het eigen productieproces kunnen worden gerekend. Dit is ook van toepassing als een gr voor het kunnen uitvoeren van haar taken personeel inhuurt van een gemeente.

Aandachtspunten:
  1. Bruto of netto verantwoording?
    De met de aankoop en verkoop van goederen en diensten verband houdende bedragen dienen bruto te worden geraamd in het geval er ruiling plaatsvindt. De bij aankoop verschuldigde, niet te verrekenen, omzetbelasting, invoerrechten en accijnzen worden tot die categorie gerekend waartoe de desbetreffende goederen en diensten behoren, ook al worden die kostprijsverhogende belastingen afzonderlijk betaald. Als de BTW kan worden verrekend met het BTW Compensatiefonds, wordt de aankoop exclusief BTW geregistreerd.
  2. Onderhoud: 3.2 Duurzame goederen of 3.8 Overige goederen en diensten?
    Klein of normaal onderhoud heeft als doel de waarde van een object in stand te houden. Het betreft het herstel (reparaties) van wat het gevolg is van het normale slijtageproces. Is er sprake van het verwaarlozen van een object, dan is groot onderhoud nodig om het object weer in goede staat te brengen.
    De aan onderhoud verbonden kosten worden tot 3.8 Overige goederen en diensten gerekend als het object in min of meer de oude staat wordt hersteld.
    Echter verbeteringen aan bestaande vaste activa die verder gaan dan klein, normaal of groot onderhoud of gewone reparaties en waarbij er bijvoorbeeld sprake is van een duidelijke verbetering ten opzichte van de uitgangssituatie, moeten worden verantwoord op (lasten) 3.2 Duurzame goederen. In algemene zin, lasten verbonden aan toevoegingen, wijzigingen of verbeteringen die de gebruiksduur en / of levensduur van een bestaand object belangrijk doen toenemen worden tot 3.2 Duurzame goederen gerekend.
  3. Mutaties voorraden
    Vermeerderingen van de voorraden die worden geactiveerd op de balans, worden geboekt op lasten categorie 3.2 Duurzame goederen. De onttrekking van voorraden op de balans wordt geboekt op baten categorie 3.2. Het verbruik van geactiveerde voorraden wordt gerubriceerd met de desbetreffende categorie waartoe de verbruikte goederen behoren (bijvoorbeeld 3.8 Overige goederen en diensten).
Niet tot deze categorie behoren:
  • bijdragen in de lopende uitgaven (exploitatie) of in de investeringen van een private instelling of persoon; deze behoren respectievelijk tot de Subsidies, Inkomensoverdrachten of de Kapitaaloverdrachten;
  • vooruitbetalingen voor goederen en diensten die nog niet zijn geleverd.

3.1 - Grond

Zie de algemene toelichting onder 3. Goederen en diensten.

Tot deze categorie behoren de (ver)koopsommen van gronden.
Tot de aan- of verkoop van grond wordt ook gerekend de eeuwigdurende afkoop van erfpacht.

Niet tot deze categorie behoren:
  • overdrachtskosten; kosten in verband met eigendomsoverdracht worden gerekend tot lastencategorie 3.2 Aankopen en uitbestedingen van duurzame goederen;
  • niet-eeuwigdurende afkoop van erfpacht (zie 3.3 Pachten);
  • schadevergoedingen die geen onderdeel vormen van de koopsom, worden tot de kapitaaloverdrachten gerekend (zie Kapitaaloverdrachten).

3.2 - Duurzame goederen

Zie de algemene toelichting onder 3. Goederen en diensten.

Onder duurzame goederen vallen alle goederen waarvan de economische levensduur ten minste een jaar is. Het maakt daarbij niet uit of de aanschaf in één keer wordt afgeschreven, of in een aantal termijnen.

Tot de lasten op deze categorie wordt niet alleen de aankoop van een bestaand vermogensobject gerekend. Ook de lasten met betrekking tot de totstandkoming van een geheel nieuw vermogensobject worden hiertoe gerekend, al dan niet in termijnen betaald.

Ook nieuwe of bestaande vaste activa die als kapitaaloverdrachten in natura zijn ontvangen of zijn geleverd worden gerekend tot deze categorie (en waarbij de kapitaaloverdracht moet worden tegen geboekt bij respectievelijk de baten of lasten op een categorie onder de Kapitaaloverdrachten).

Aankoop duurzame goederen is inclusief grond?

Als de in de transactie niet alleen bestaat uit de aankoop van duurzame goederen, maar ook uit overdracht van grond, dan is de behandeling van de aankoop afhankelijk van de omstandigheden. Wordt namelijk aan de onderstaande voorwaardes voldaan:

  • de waardes van elk van de twee componenten zijn afzonderlijk substantieel;
  • de grond en de opstallen zijn afzonderlijk van belang,

dan moet de aankoop worden gesplitst in 3.1 Grond en 3.2 Duurzame goederen.

Kan de waarde van de grond niet worden gescheiden van de waarde van de bouwwerken die erop staan, dan moeten de activa tezamen worden ingedeeld bij het actief met de hoogste waarde.

Categorie 3.2 Duurzame goederen is te verdelen in de volgende vijf groepen:
  1. Onroerende zaken
    Tot deze groep worden gerekend de (ver)koopsommen van bestaande gebouwen, water- en wegenbouwkundige werken en andere onroerende zaken. Tot deze rubriek worden ook gerekend onroerende zaken die zijn verkregen op basis van financial lease.
    In gevallen waarbij ruiling plaatsvindt, dienen de aankoop- en verkoopsommen bruto te worden verantwoord.
    Verder behoren hiertoe de ontvangsten wegens verkoop van de bij afbraak vrijgekomen materialen.Voor overige verkopen duurzame goederen in erfpacht geldt hetzelfde als voor erfpacht van gronden (zie categorie 3.3 Pachten).
  2. Uitbestede investeringen
    Deze bestaan uit de kosten van uitbesteding van investeringswerken of onderdelen daarvan, al dan niet in termijnen betaald.
    Hiertoe wordt ook gerekend de betaling aan een instelling die optreedt als ‘bouwheer’ voor een investeringswerk of een onderdeel daarvan en waarbij het investeringswerk of een onderdeel daarvan na de totstandkoming volgens afspraak in bezit wordt verkregen. NB de ‘bouwheer’ dient deze ontvangsten te boeken als baten 3.2 Duurzame goederen.
    De kosten van investeringswerken omvatten niet alleen de betalingen voor werkzaamheden van de aannemers, maar ook de kosten van de voorbereiding, het ontwerp, de begeleiding tijdens de bouw en de kosten van de eigendomsoverdracht.
    Tot de investeringswerken worden onder meer gerekend:
    • nieuwbouw van gebouwen, met inbegrip van de daartoe behorende installaties, parkeerterreinen, aan- en afritten en groenvoorzieningen;
    • her- en verbouw en restauratie van bestaande gebouwen;
    • aanleg of vervanging van verwarmings- en airconditioninginstallaties, liften, machines en andere installaties, welke aard- of nagelvast verbonden worden of zijn met bestaande gebouwen;
    • aanleg van water- en wegenbouwkundige werken, zoals (water)wegen en paden, dijken, havens, vaarten, kanalen, bruggen, duikers, sluizen, tunnels, viaducten en andere kunstwerken, afvoerputten, riolen, persleidingen, rioolgemalen en zuiveringsinstallaties, met inbegrip van de daartoe behorende machines en andere installaties, aan- en afritten en groenvoorzieningen;
    • uitbreiding of verbetering van bestaande water- en wegenbouwkundige werken;
    • aanleg of vervanging van verkeerslichtinstallaties, remmings- en andere rivier- en kanaalwerken, bewegingswerken, machines en andere installaties welke aard- of nagelvast worden of zijn verbonden met water- en wegenbouwkundige werken;
    • aanleg en inrichting van terreinen voor opslag en berging, sportterreinen, vliegvelden, terreinen voor openluchtrecreatie, zoals plantsoenen, parken, hertenkampen, kinderboerderijen, kampeerterreinen en volkstuinen;
    • werken in verband met de uitvoering van de Ontgrondingenwet;
    • slopen van opstallen en kunstwerken, egaliseren van terreinen, dempen van kanalen en sloten en dergelijke werken, krotopruiming;
    • de gekochte en in eigen beheer geproduceerde computerprogrammatuur;
    • de aanschaf van inventaris bij ingebruikneming van accommodaties en van (reserve)onderdelen en hulpstukken bij aankoop van duurzame roerende zaken;
    • onderzoekingen in eigen beheer of door derden.
  3. Duurzame roerende zaken
    Tot deze rubriek worden gerekend de duurzame roerende zaken die al dan niet zijn verkregen op basis van financial lease. Hier onder vallen onder andere:
    • auto’s, vaartuigen, rollend en varend materieel, fietsen en bromfietsen;
    • meubilair, kantoormachines en andere inventarisstukken, stoffering;
    • muziekinstrumenten, gymnastiektoestellen, materialen voor sportbeoefening;
    • verkeerslichtinstallaties, tijdaanwijzers, parkeermeters; installaties, machines, werktuigen, apparatuur, instrumenten, gereedschappen;
    • dieren;
    • duurzame roerende zaken welke aard- en nagelvast verbonden waren aan onroerende zaken;
    • objecten voor verzamelingen in musea.
  4. Overdrachtskosten
    Zowel voor vaste activa als voor grond bestaan de ten laste van de nieuwe eigenaar komende kosten van de eigendomsoverdracht uit:
    • kosten voor de oplevering van (nieuwe of bestaande) activa op de vereiste plaats en tijd, zoals vervoer-, installatie- en oprichtingskosten enz.;
    • gemaakte kosten of betaalde vergoedingen voor deskundige bijstand, zoals honoraria voor landmeters, ingenieurs, advocaten, taxateurs enz., en commissies betaald aan makelaars, veilingmeesters enz.;
    • door de nieuwe eigenaar verschuldigde belastingen op de eigendomsoverdracht van de activa. Deze belastingen zijn belastingen op de diensten van de intermediairs en belastingen op eigendomsoverdracht, maar geen belastingen op de gekochte activa.
    • Al deze overdrachtskosten moeten (door de nieuwe eigenaar) op deze categorie worden verantwoord.
  5. Kosten van voorbereiding en ontwerp die direct samenhangen met investeringsprojecten.
Niet tot deze categorie behoren:
  • vergoedingen voor bedrijfs- en inkomensschade die geen onderdeel vormen van de koopsommen; deze worden gerekend tot de kapitaaloverdrachten (zie Kapitaaloverdrachten);
  • kosten van derden voor het ontwerpen, vaststellen en herzien van algemene plannen (zie 3.8 Overige goederen en diensten).

3.3 - Pachten

Zie de algemene toelichting onder 3. Goederen en diensten.

Pacht is een afgesproken vergoeding die wordt betaald aan eigenaren van grond, binnenwateren of rivieren voor het gebruik daarvan. Vanuit het standpunt van de eigenaar geredeneerd, is dit inkomen uit vermogen en is er geen sprake van een geleverde prestatie (dienst). Dit is de reden waarom de betalingen of ontvangsten aan pacht op een aparte categorie moeten worden verantwoord.

Tot deze categorie behoren:
  • erfpachtcanons;
  • pacht;
  • precariorechten: rechten voor het hebben van voorwerpen onder, op of boven gemeentegrond of -water, voor de openbare dienst bestemd;
  • staan- en liggelden van woonwagens en -schepen;
  • vergoedingen voor het vissen in gemeentewater en het jagen op gemeentegrond;
  • vergoeding voor het hebben van een uitlozing op gemeentewater;
  • concessiegelden wegens het uitoefenen van bedrijfsmatige activiteiten binnen de gemeente.
Niet tot deze categorie behoren:
  • eeuwigdurende afkoop van erfpacht van grond. Eeuwigdurende afkoop van erfpacht van grond moet worden geboekt als verkoop van grond op categorie 3.1 Grond;
  • het ontvangen bedrag voor tijdelijke afkoop van erfpacht van grond. Is er een betaling voor de afkoop van de erfpacht voor een aantal jaren, dan moet het ontvangen bedrag worden geboekt als een vaste schuld. Vervolgens moet in de jaren waarop de afkoop betrekking heeft jaarlijks een ontvangst van erfpacht worden geboekt op categorie 3.3 Pachten, met een tegenboeking op lasten categorie 6.1 Financiële transacties op de balanspost waaronder de vooruit ontvangst is geboekt;
  • huur van woningen en gebouwen. Hierbij is wel sprake van een dienst van de eigenaar aan de huurder; lasten aan huren moeten worden geboekt op categorie 3.8 Overige goederen en diensten en baten aan huren op 3.6 Huren.

3.4.1 - Sociale uitkeringen in natura

(Deze categorie komt alleen aan de lastenkant voor).

Zie de algemene toelichting onder 3. Goederen en diensten

Deze categorie is bedoeld voor het registreren van bijdragen aan huishoudens om de financiële lasten te verlichten die voortvloeien uit een aantal sociale risico’s en behoeften, én waarvan de besteding is gebonden aan de aanschaf van bepaalde goederen en diensten. Het maakt hierbij niet uit of de bijdrage wordt overgemaakt op de bankrekening van de begunstigde voor het zelf kunnen aanschaffen van goederen of diensten, of dat de bijdrage wordt overgemaakt aan de instantie die het goed of de dienst verstrekt.

Ook de betalingen van de persoonsgebonden budgetten (pgb’s) via de Sociale verzekeringsbank (SVB) worden tot de uitkeringen in natura gerekend. In het geval van de pgb’s loopt de betaling hiervan aan de cliënt via het SVB. Echter het SVB heeft geen beslissingsbevoegd; die ligt bij de gemeente of een gemeenschappelijke regeling en daar moeten dus de pgb’s als uitkering in natura worden geboekt. Criterium bij welke instelling de uitgaven aan sociale uitkeringen in natura moeten worden geboekt is bij welke overheidsinstelling de ‘verantwoording van het budget’ ligt.

De sociale risico's en behoeften kunnen zijn:
  • ziekte;
  • invaliditeit, handicap;
  • arbeidsongeval of beroepsziekte;
  • ouderdom;
  • nabestaanden;
  • moederschap;
  • gezin;
  • bevordering arbeidsdeelname;
  • werkloosheid; huisvesting;
  • onderwijs; algemene behoeftigheid.
Tot deze categorie behoren onder meer:
  • bijdragen in de kosten van leerlingenvervoer tussen huis en school;
  • bijdragen in de kosten van door derden geleverde faciliteiten aan personen, zoals taalcursussen, huisvesting, inburgeringscontracten;
  • huursubsidies bij huisvesting, met uitzondering van bijzondere uitkeringen door de overheid in haar hoedanigheid van werkgever;
  • bijdragen in de verhuis- en herinrichtingskosten en de kosten van opslag van meubilair van bewoners van woningen, zoals bij woningverbetering en krotopruiming;
  • vergoedingen aan personen krachtens de WMO en de Jeugdwet, zoals pgb’s en maatwerkvoorzieningen voor huishoudelijke hulp, woningaanpassingen, vervoer, etc.;
  • vergoeding van kinderopvang alleenstaande ouders;
  • kosten verbonden aan het gebruik door minima van stadspassen (zoals het betalen van de korting op musea, sportclubs, bibliotheek, activiteiten) of het meebetalen aan de aanschaf door minima van een stadspas in het kader van het minimabeleid
  • aankoop re-integratietrajecten bij niet overheidsinstellingen;
  • alle betalingen aan alle soorten instellingen die goederen en/of diensten verlenen binnen het kader van sociale risico’s en behoeften en waaraan aanbesteding ten grondslag ligt.
  • De lasten aan sociale uitkeringen in natura dienen bruto te worden verantwoord. Eventuele eigen bijdragen of verhaal van sociale uitkeringen in natura moeten worden geboekt op baten F3.4.2 Eigen bijdragen en verhaal sociale uitkeringen in natura.

3.4.2 - Eigen bijdragen en verhaal sociale uitkeringen in natura

Zie de algemene toelichting onder 3. Goederen en diensten.

De lasten aan sociale uitkeringen in natura moeten bruto worden verantwoord. Voor het verkrijgen van een beeld van de netto lasten moeten de uitkeringen aan personen worden gecorrigeerd met de van hen ontvangen eigen bijdragen en de terugbetalingen van ten onrechte verstrekte uitkeringen (verhaal). De eigen bijdragen en het verhaal dienen op deze (baten)categorie te worden verantwoord.

Tot deze categorie wordt gerekend:
  • verhaal van (bijzondere) bijstand;
  • de eigen bijdragen en ouderbijdragen voor de maatwerkvoorzieningen, de individuele voorzieningen, de algemene voorzieningen en de opvang en het beschermd wonen krachtens de Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO) en de Jeugdwet.

3.5.1 - Ingeleend personeel

(Deze categorie komt alleen aan de lastenkant voor).

Zie de algemene toelichting onder 3. Goederen en diensten.

Deze categorie bestaat uit de kosten van het inlenen van personeel. Deze kosten zijn daarbij in rekening gebracht op basis van een tarief. Er wordt dus betaald voor het aantal gewerkte uren door het ingeleende personeel, en niet voor de prestatie die het ingeleende personeel levert.

Tot ingeleend personeel worden onder andere gerekend degenen die beschikbaar worden gesteld door andere overheidsinstellingen. Dit geldt ook voor degenen die beschikbaar worden gesteld door uitzendbureaus, advies- / ingenieursbureaus of sociale werkverbanden en voorts ingeleend schoonmaak- en onderhoudspersoneel.

NB wanneer moet worden betaald voor datgene wat de inhuur voortbrengt (i.e. de prestatie die wordt geleverd in de vorm van een product of een dienst), dan moeten deze lasten, ook al zijn de arbeidskosten afzonderlijk in de rekening gebracht, worden verantwoord op (lasten) categorie 3.8 Overige goederen en diensten.

3.5.2 - Uitgeleend personeel

Zie de algemene toelichting onder 3. Goederen en diensten.

Deze categorie bestaat uit de baten voor het uitlenen van eigen personeel. De vergoeding hiervoor wordt in rekening gebracht op basis van een tarief. Er wordt dus betaald voor het aantal gewerkte uren van het uitgeleende personeel, los van de prestatie die het uitgeleende personeel levert.

NB wanneer de betaling is voor datgene wat de uitleen voortbrengt (i.e. de prestatie die wordt geleverd in de vorm van een product of een dienst), dan moeten de in rekening gebrachte arbeidskosten (en eventuele kosten voor materialen) worden verantwoord op (baten) categorie 3.8 Overige goederen en diensten.

3.6 - Huren

NB betaalde huren moeten worden geboekt op (lasten) categorie 3.8 Overige goederen en diensten.

Zie de algemene toelichting onder 3. Goederen en diensten.

Bij de verhuur van woningen en gebouwen is sprake van een dienst van de eigenaar aan de huurder.

De ontvangen huren hebben betrekking op:
  • onroerende zaken: gebouwen en opstallen, zoals schoollokalen, gymnastieklokalen en sportaccommodaties;
  • duurzame roerende zaken: vervoermiddelen / rollend en varend materieel / machines / werktuigen / gereedschappen / apparatuur / instrumenten / schaft- en gereedschapswagens / zuurstof- en koolzuurcilinders / kantoormachines / vergoeding voor gebruik van eigen vervoermiddel, kleding of gereedschap.

3.7 - Leges en andere rechten

NB betaalde leges en andere rechten moeten worden geboekt op (lasten) categorie 3.8 Overige goederen en diensten.
Zie de algemene toelichting onder 3. Goederen en diensten.

Leges en andere rechten zijn gedwongen betalingen aan de overheid ter vergoeding van kosten van het gebruik van bezittingen, werken of inrichtingen, het gebruik van voorzieningen en het genot van diensten. In tegenstelling tot bij belastingen staat tegenover de betaling een directe prestatie.
Bij de gemeenten vallen onder deze categorie de door de gemeente op grond van artikel 229 van de Gemeentewet geheven leges en andere rechten geregeld bij gemeentelijke verordeningen, evenals rechten geheven ingevolge de Wabo.

Voorbeelden bij gemeenten:
  • secretarieleges;
  • rechten burgerlijke stand;
  • begraaf(plaats)rechten;
  • reinigingsrechten en afvalstoffenheffingen,
  • hiertoe wordt ook bijvoorbeeld gerekend de opbrengst van de verkoop van vuilniszakken, die verplicht zijn gesteld voor het aanbieden van huisvuil aan de gemeentelijke reinigingsdienst;
  • vermakelijkheidsretributies;
  • scheepvaartrechten, brug- en sluisgelden;
  • marktgelden;
  • staangelden voor markten en kermissen;
  • drank- en horecavergunning;
  • parkeergelden (ook wel parkeerbelasting) inclusief de gefiscaliseerde parkeerboetes;
  • omgevingsvergunningen op basis van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo);
  • andere vergoedingen wegens aan derden geleverde goederen en diensten.

Indien het geboekte bedrag aan leges en andere rechten is gebaseerd op aanslagen en er is sprake van kwijtschelding of oninbaarheid, dan mag het kwijtgescholden of oninbare bedrag niet in mindering worden gebracht op de aanslag. Op deze punten worden dus de heffingen bruto geboekt. Kwijtscheldingen en oninbare leges en andere rechten moeten worden geboekt op één van de categorieën onder Kapitaaloverdrachten, waarbij bijvoorbeeld de kwijtschelding aan personen geboekt moet worden op 4.4.8 Kapitaaloverdrachten – overige instellingen en personen.

3.8 - Overige goederen en diensten

Zie de algemene toelichting onder 3. Goederen en diensten.

Deze categorie bestaat uit twee hoofdgroepen: goederen en diensten

Goederen

Deze hoofdgroep kan worden ingedeeld in de volgende drie groepen:

  1. Algemene benodigdheden
    Kernwoorden zijn:

    • bureau-, schrijf- en tekenbehoeften, materialen voor post- en archiefzaken, druk- en bindwerk, lichtdrukken en fotokopieën geleverd door derden;
    • boeken, staatsbladen, traktatenbladen en kamerstukken, periodieken, tijdschriften en kranten, losbladige uitgaven, kaarten, statistieken, bloemen en planten, schilderijen en andere zaken ter verfraaiing van dienstvertrekken.
  2. Specifieke kleine gebruiksgoederen
    Tot de specifieke gebruiksgoederen worden gerekend de goederen die aangewend worden voor de uitvoering van specifieke taken. Hieronder vallen onder meer de navolgende voor meermalig gebruik bestemde goederen:

    • kleine gereedschappen;
    • dienst- en werkkleding, en uitrusting;
    • servies- en glaswerk en andere gebruiksgoederen behorende tot de inventaris van kantines en laboratoria, linnengoed en andere benodigdheden voor nachtverblijf, verplegingsartikelen, leermiddelen;
    • boeken, platen en kunstwerken voor uitleen, objecten voor verzamelingen van musea;
    • noodvoorraden, brandkluis- en reddingsmiddelen;
    • meubilair voor wegen, straten en pleinen, zoals: gemeente-, verkeers- en straatnaamborden, wegwijzers, openbare publicatieborden;
    • onderdelen, hulpstukken en andere benodigdheden voor vervoermiddelen, rollend en varend materieel, installaties, machines, werktuigen, apparatuur, instrumenten, gereedschappen, zoals films, dia’s en geluidsbanden voor audiovisuele apparatuur;
    • de aankoop van geschenken, prijzen en medailles.
  3. Specifieke verbruiksgoederen
    De specifieke verbruiksgoederen betreffen materialen van meer specifieke aard, die in het productieproces opgaan. Hiertoe worden gerekend:

    • voedingsmiddelen, dranken en tabaksartikelen;
    • waterverbruik;
    • energie (zoals aardgas / elektriciteit/huisbrandolie/benzine/diesel/LPG);
    • genees- en verbandmiddelen, toiletbenodigdheden, reinigings- en ontsmettingsmiddelen;
    • ammunitie, veevoeder en stro, chemicaliën, strooizand en zout, smeermiddelen en vetten;
    • materialen voor: offset-, lichtdruk- en fotokopieerwerk, mechanische en automatische verwerking van gegevens, fotografische en dactyloscopische werkzaamheden, laboratoriumwerkzaamheden;
    • kwekerijproducten, zoals planten, zaden en pootgoed, onkruidbestrijdingsmiddelen, meststoffen;
    • bouwmaterialen, zoals asfalt, stenen, zand, cement, hout en betonijzer ten behoeve van werken, ook al worden deze dadelijk ter beschikking van een aannemer gesteld.
Diensten

Deze hoofdgroep kan worden ingedeeld in de volgende zeven groepen:

  1. Uitbestede werkzaamheden
    Tot de uitbestede werkzaamheden behoren onderhouds- en schoonmaakwerkzaamheden verricht door derden, waarin naast een vergoeding voor arbeidsloon ook verbruikt materiaal begrepen kan zijn. Genoemde werkzaamheden kunnen voorkomen bij:
    • onroerende zaken, zoals: terreinen, gebouwen en water- en wegenbouwkundige werken met de daarbij behorende installaties, te weten: verwarmings-, airconditioning-, elektrische, telefoon-, intercom- en andere telecommunicatie-installaties, bewegingswerken en liften;
    • roerende zaken, zoals: kantoormachines, meubilair, stoffering, vervoermiddelen, rollend en varend materieel, installaties, machines, werktuigen, apparatuur, instrumenten, gereedschappen en dienstkleding;
    • overige werkzaamheden, zoals: het reviseren van machines en motoren, het afvoeren van vuil van de secretarie en gemeentelijke diensten, het wassen van gordijnen, linnengoed en dienstkleding, het ontsmetten van onroerende en roerende zaken, voor rekening van derden uitbestede onderhoudswerken.
  2. Huren (alleen lasten; baten moeten worden verantwoord op 3.6 Huren)
    Onder huren worden ook verstaan de betaalde auteurs-, octrooi- en licentierechten, evenals leasetermijnen voor operationele lease.
    De betaalde huren hebben betrekking op:
    • onroerende zaken, zoals: gebouwen en opstallen;
    • roerende zaken, zoals: vervoermiddelen / rollend en varend materieel / machines / werktuigen / gereedschappen / apparatuur / instrumenten / schaft- en gereedschapswagens / zuurstof- en koolzuurcilinders / kantoormachines / vergoeding voor gebruik van eigen vervoermiddel, kleding of gereedschap.
  3. Verzekeringen
    Tot de door het verzekeringswezen verleende diensten behoren onder meer:
    • verzekeringen tegen brand-, inbraak- en stormschade, glasschade, wettelijke aansprakelijkheid, fraude, reconstructieverzekering;
    • vrijwillige (collectieve) verzekeringen tegen ongevallen;
    • schadeverzekeringen voor duurzame roerende zaken en in aanbouw zijnde onroerende zaken;
    • transportverzekeringen, geldwaardeverzekeringen
  4. Vergoedingen
    Tot de vergoedingen behoren:
    • vergoedingen aan leden van het dagelijks bestuur van een commissie die geen raadslid zijn;
    • presentiegeld en vergoeding van reis- en verblijfkosten voor reizen binnen de gemeente voor leden van commissies, die geen raadslid zijn;
    • vergoeding van reis- en verblijfkosten aan raadsleden en aan leden van commissies, die geen raadslid zijn, voor reizen buiten het grondgebied van de gemeente;
    • vergoeding van reis- en verblijfkosten aan het college van burgemeester en wethouders en aan het gemeentepersoneel voor de uitoefening van hun werkzaamheden (vergoeding voor het woon- werkverkeer valt onder 1.1 Salarissen en sociale lasten);
    • vergoeding van reis- en verblijfkosten van sollicitanten, externe adviseurs en dergelijke;
    • vrijwillige (collectieve) verzekeringen tegen ongevallen;
    • schadeverzekeringen voor duurzame roerende zaken en in aanbouw zijnde onroerende zaken;
    • transportverzekeringen, geldwaardeverzekeringen.
    • overige vergoedingen ingevolge het Verplaatsingskostenbesluit;
    • vergoeding van studiekosten, van kosten huisaansluiting voor telefoon, abonnement en gesprekken, van schade aan persoonlijke eigendommen van het gemeentepersoneel.
  5. Kosten algemene plannen
    Hiertoe behoren de kosten van derden voor het ontwerpen, vaststellen en herzien van algemene plannen zoals structuurplannen, bestemmingsplannen en verkeerscirculatieplannen.
    Deze categorie is afgesplitst van het totaal van de duurzame goederen omdat dergelijke kosten volgens de Europese richtlijnen geen investeringen zijn, maar tot de verbruikte diensten worden gerekend. Het Europese investeringsbegrip omvat wel de kosten van voorbereiding en ontwerp die direct samenhangen met de investeringsprojecten die onder 3.2 Duurzame goederen worden meegeteld (wegen, gebouwen etc.).
  6. Betaalde leges en andere rechten (alleen lasten; baten moeten worden verantwoord op 3.7 Leges en andere rechten).
    Zie de beschrijving van (baten) 3.7 Leges en andere rechten voor welke betalingen tot deze groep moeten worden gerekend.
  7. Overige diensten
    • de kosten van diensten van taxateurs, notarissen, makelaars in onroerende zaken en overige tussenpersonen. Dit voor zover deze kosten niet zijn gemaakt in het kader van de aan- of verkoop van grond of duurzame goederen; deze kosten dienen te worden geboekt onder 3.2 Duurzame goederen;
    • proces- en gerechtskosten bij onteigeningsprocedures en rechtsgeschillen;
    • andere honoraria van artsen, accountants, architecten (voor zover niet voor investeringswerken, zie 3.2 Duurzame goederen) en andere personen met een vrij beroep;
    • de kosten van diensten van het bankwezen, zoals de provisie van geldleningen en de kosten van uitbetaling van aflosbare obligaties en vervallen rentecoupons;
    • vergoeding voor het geven van onderwijs aan zieke kinderen, godsdienstonderwijs, spraakonderwijs, bijzondere schoolgymnastiek en het verzorgen van de centrale schoolbibliotheek;
    • advertentie- en reclamekosten / telefoonkosten / porti-, telegram- en telexkosten / vrachtkosten / incassokosten;
    • kosten van geneeskundige behandeling, keuring en controle van (gewezen) personeel;
    • kosten van vorming en ontspanning van het personeel;
    • kosten van selectie van sollicitanten;
    • kosten van inning van gemeentelijke belastingen en retributies;
    • kosten van aan- en verkoop en van open dan wel gesloten bewaargeving van waardepapieren;
    • overige reclameopbrengsten, zoals een vergoeding voor een reclamebord; niet hieronder vallen de reclamebelastingen, deze worden gerekend tot 2.2.1 Belastingen op producenten;
    • opbrengsten uit in rekening gebrachte kosten van toepassing van bestuursdwang.

Een speciale vorm van een betaling voor een dienst is het betalen van een contributie of het doen van een donatie aan een stichting of vereniging, én waarbij het recht wordt verkregen op een tegenprestatie. Voorbeelden waarbij dit geldt zijn contributies aan:

  • beroepsverenigingen, al dan niet specifiek voor gemeentelijke ambtenaren, zoals de Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants;
  • stichtingen en verenigingen, die op hun gebied relevante informatie verstrekken en waarop eventueel een beroep gedaan kan worden voor de door hen verleende diensten, zoals het Nederlands Normalisatie Instituut en de Stichting Bouwcentrum.

Hierbij gelden dezelfde regels als voor ‘gewone’ betalingen van goederen en diensten. Dit betekent dat de contributie aan de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) niet tot de goederen en diensten behoort. Reden is dat de VNG tot de overheid wordt gerekend en dat de contributie weliswaar wordt gedaan ten behoeve van het functioneren (van het apparaat) van de gemeente, maar dat de geleverde diensten niet worden aangekocht in een traject van aanbesteding waaraan ook niet-overheidsinstellingen kunnen deelnemen. De contributie aan de VNG is daarom een inkomensoverdracht (4.3.6 Inkomens­overdrachten – overige overheden).

Niet tot deze categorie behoren:
  • kosten van uitzendkrachten (zie 3.5.1 Ingeleend personeel/3.5.2. Uitgeleend personeel);
  • pachten (zie 3.3 Pachten);
  • (betaalde) premies aan pensioenfondsen en sociale verzekeringsinstellingen voor het huidige of het voormalige personeel (zie 1.1 Salarissen en sociale lasten).

4.0 - Overdrachten

Overdrachten zijn ten eerste betalingen (in geld of in natura) waartegenover geen direct aanwijsbare tegenprestaties staan en hebben een herverdeling van het inkomen en vermogen tot gevolg.

Daarnaast worden ook de meeste goederen- en dienstentransacties tussen overheidsinstellingen gerekend tot de overdrachten (zie verder Inkomensoverdrachten).

De overdrachten bestaan uit vier (groepen van) categorieën:
Niet tot de overdrachten behoren:
  • Sociale uitkeringen in natura, deze worden gerekend tot lastencategorie 3.4.1. Sociale Uitkeringen in natura.

Sociale uitkeringen in geld

De eerste groep van overdrachten zijn Sociale uitkeringen in geld. Deze groep bestaat uit lastencategorie 4.1.1 Sociale Uitkeringen in geld en batencategorie en 4.1.2 Verhaal sociale uitkeringen in geld.

4.1.2 - Verhaal sociale uitkeringen in geld

De lasten aan sociale uitkeringen in geld moeten bruto worden verantwoord. Voor het verkrijgen van een beeld van de netto lasten moeten de uitkeringen aan personen worden gecorrigeerd met de aan hen ten onrechte verstrekte uitkeringen (verhaal). Het verhaal dient op deze (baten)categorie te worden verantwoord.

Tot deze categorie worden gerekend:

  • verhaal van (bijzondere) bijstand;
  • rente en aflossing van verleende leenbijstand.
Subsidies

De tweede groep van inkomensoverdrachten bestaat uit één categorie, 4.2 Subsidies.

4.1.1 - Sociale uitkeringen in geld

(Deze categorie komt alleen aan de lastenkant voor).

Deze categorie betreft de inkomensoverdrachten in geld aan huishoudens voor het verlichten van financiële lasten die voortvloeien uit een aantal sociale risico’s en behoeften én waarvan de besteding van de uitkering vrij is.

De sociale risico's en behoeften kunnen zijn:

  • ziekte;
  • invaliditeit, handicap;
  • arbeidsongeval of beroepsziekte;
  • ouderdom; nabestaanden;
  • moederschap;
  • gezin;
  • bevordering arbeidsdeelname;
  • werkloosheid;
  • huisvesting;
  • onderwijs;
  • algemene behoeftigheid.
Tot deze categorie behoren onder meer:
  • inkomensvoorzieningen krachtens de Participatiewet, IAOW, IAOZ en Bbz;
  • gemeentelijke bijstandsregelingen, met inbegrip van de verstrekte leenbijstand.

Criterium bij welke instelling de uitgaven aan sociale uitkeringen in geld moeten worden geboekt is bij welke instelling de ‘verantwoording van het budget’ ligt. Bijvoorbeeld een aantal gemeenten werkt samen in een gemeenschappelijke regeling voor de uitvoering van de bijstand. Als zij daarbij ook de bevoegdheden overgedragen, dan dienen de uitkeringen in geld bij de gemeenschappelijke regeling te worden geboekt. Blijft echter de beslissingsbevoegdheid bij de gemeenten liggen, dan is verantwoording door de gemeente van toepassing. De bijdragen aan gemeenschappelijke regeling zal dan, voor wat betreft de inkomensoverdrachten, voornamelijk bestaand uit inkomensoverdrachten ter kostendekking van de uitvoering.

Niet tot deze categorie behoren:
  • inkomensoverdrachten in geld aan huishoudens voor de verlichting van financiële lasten die voortvloeien uit een aantal sociale risico’s en behoeften, maar waarbij de besteding is gebonden aan de aanschaf van goederen en diensten (zie 3.4.1. Sociale Uitkeringen in natura.);
  • kwijtschelding van belastingen of heffingen; belastingen en heffingen moeten op dit punt bruto worden geboekt, waarbij de kwijtscheldingen moeten worden geboekt onder een categorie onder Kapitaaloverdrachten (zie ook 2. Belastingen en 3.7 Leges en andere rechten).

4.2 - Subsidies

(Deze categorie komt alleen aan de lastenkant voor).

De tweede groep overdrachten zijn de subsidies. NB de afbakening van de categorie Subsidies is die volgens het Europees statistisch bureau (Eurostat). Deze wijkt af van de afbakening van subsidies volgens de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Doelstellingen van subsidieverlening kunnen zijn het beïnvloeden van:

  • de productieniveaus;
  • de prijzen van producten;
  • de beloning van de productiefactoren.

Exploitatiebijdragen aan Marktproducenten worden altijd gerekend tot de subsidies. Wat in dit verband ook nadrukkelijk tot de subsidies wordt gerekend, is een exploitatiebijdrage aan een producent op productie die door een overheidsinstelling is gegund in een traject van aanbesteding. Te denken valt hierbij aan een exploitatiebijdrage aan een openbaar vervoerbedrijf die een openbaar vervoer concessie heeft gekregen in een traject van aanbesteding of een exploitatiebijdrage aan een exploitant van een gemeentelijk zwembad die de exploitatie daarvan is toegewezen in een traject van aanbesteding.

Ook een betaling aan een niet-marktproducent (zoals een overheidsinstelling) voor het in stand houden van de productie kan worden gerekend tot de subsidies, maar alleen onder de voorwaarde dat de betaling is gebaseerd op een algemene regeling die voor zowel markt- als niet-marktproducenten is opengesteld. Voor een dergelijke regeling moet gelden dat elke subsidieaanvrager rechten kan ontlenen aan deze regeling en dus ook altijd geld ontvangt indien aan de voorwaarden in de regeling wordt voldaan (tot het subsidiebudget op is). Dit in tegenstelling tot regelingen waarbij een aanvraag kan worden gedaan voor een bijdrage en waarbij andere producenten niet automatisch dezelfde rechten kunnen ontlenen aan de honorering van die aanvraag. Betalingen aan niet-marktproducenten uit hoofde van dit soort regelingen worden gerekend tot de Inkomensoverdrachten.

Tot de subsidies behoren verder:
  • loonkostensubsidies: een (niet-productgebonden) subsidie op de (totale) loonsom of het (totaal) aantal werknemers, dan wel op het in dienst hebben van bepaalde categorieën personen, zoals personen met een lichamelijke handicap of langdurig werklozen, of subsidies op de kosten van door ondernemingen georganiseerde of gefinancierde opleidingsprogramma's;
  • milieusubsidies: subsidies die zijn bestemd voor een volledige of gedeeltelijke dekking van de kosten van maatregelen om de lozing van vervuilende stoffen in het milieu te beperken of te stoppen;
  • bijdragen aan een marktproducent op aan productie gerelateerde activiteiten, zoals onderzoek;
  • vergoeding van niet voldane rente van door een gemeente gewaarborgde geldlening
Tot deze categorie behoren niet:
  • overdrachten van de overheid aan vennootschappen en quasi-vennootschappen ter dekking van gecumuleerde verliezen over verschillende boekjaren of van uitzonderlijke verliezen die aan oorzaken buiten de onderneming zijn toe te schrijven. Deze overdrachten moeten worden geboekt op één van de categorieën onder Kapitaaloverdrachten;
  • betalingen van de overheid aan marktproducenten als gehele of gedeeltelijke vergoeding voor goederen en diensten die die marktproducenten in verband met sociale risico's en behoeften rechtstreeks en individueel leveren aan huishoudens. Deze betalingen worden gerekend tot 3.4.1 Sociale uitkeringen in natura.

4.3 - Inkomensoverdrachten

De inkomensoverdrachten kunnen in twee soorten worden onderscheiden.

Ten eerste betreft het de bijdragen in de exploitatiekosten van bedrijven en (overheids)instellingen en de bijdragen aan personen in de kosten van levensonderhoud, zover niet genoemd onder4.1.1 Sociale uitkeringen in geld. Er mag hierbij geen sprake zijn van een direct verband tussen de betaling en een geleverde prestatie. Een inkomensoverdracht vergroot dan ook in deze context het beschikbare inkomen van de ontvangende partij.

Ten tweede worden tot de inkomensoverdrachten gerekend de betalingen van een overheidsinstelling aan een andere overheidsinstelling voor goederen en/of diensten, niet behorend tot grond, duurzame goederen of pachten, waarvoor geldt dat:

- deze goederen en/of diensten niet worden verbruikt in het eigen productieproces van de (ontvangende) overheidsinstelling.

en

- het contract voor de levering van goederen of diensten niet tot stand is gekomen binnen een aanbestedingstraject.

Nb worden de goederen en/of diensten wel verbruikt binnen het eigen productieproces van de ontvangende overheidsinstelling of is er wel sprake van aanbesteding, dan moet de betaling voor de goederen en/of diensten worden geregistreerd onder een van de categorieën onder 3 Goederen en diensten.

Niet tot de overdrachten behoren:

- uitkeringen aan huidig en voormalig personeel. Deze lasten moeten worden geboekt op categorie 1.1 Salarissen en sociale lasten;

- bijdragen aan verenigingen, stichtingen en fondsen ten behoeve van het eigen personeel. Deze lasten worden gezien als loon in natura en moeten daarom worden geboekt op categorie 1.1 Salarissen en sociale lasten.

4.3.1 - Inkomensoverdrachten – Rijk

Zie de algemene toelichting onder Inkomensoverdrachten.

Betreft de inkomensoverdrachten ontvangen van of betaald aan het Rijk. Zie de Begrippenlijst voor wat tot het Rijk wordt gerekend.

Voorbeelden hiervan zijn:

  • een bijdrage in de kosten van onderhoud van een rijksweg;
  • bijdragen in de kosten van door het Rijk geleverde goederen en diensten;
  • de terugbetaling van ontvangen uitkeringen Rijk;
  • de afdracht door een gemeente aan het Rijk van rijksleges die door de gemeente zijn geïnd;
  • de uitkeringen van het Rijk aan gemeenten en provincie uit respectievelijk het gemeentefonds en het Provinciefonds;
  • de doeluitkeringen van het Rijk aan gemeenten die al dan niet een integrale vergoeding van een gemeentelijke overheidstaak beogen, zoals de budgetten voor bijstandsuitkeringen en loonkostensubsidies krachtens de Participatiewet.

4.3.2 - Inkomensoverdrachten - gemeenten

Zie de algemene toelichting onder Inkomensoverdrachten.

Betreft de inkomensoverdrachten ontvangen van of betaald aan gemeenten.

Voorbeelden zijn:

  • het boeken door een gemeenschappelijke regeling van de van een gemeente ontvangen bijdrage ter dekking van een nadelig exploitatiesaldo;
  • het boeken door een gemeente van een bijdrage aan een gemeente die optreedt als centrumgemeente in een gemeenschappelijke regeling met een centrumgemeente-constructie (zie ook 4.3.3 Inkomensoverdrachten – gemeenschappelijke regelingen);
  • het boeken door een provincie van de van een gemeente ontvangen afdracht van provinciale leges die door de gemeente zijn geïnd.

4.3.3 - Inkomensoverdrachten - gemeenschappelijke regelingen

Zie de algemene toelichting onder Inkomensoverdrachten.

Betreft de inkomensoverdrachten ontvangen van of betaald aan gemeenschappelijke regelingen (gr). Tot de gr’s worden in dit verband alleen gerekend de gr’s als openbaar lichaam of bedrijfsvoeringsorganisatie. Deze twee soorten gr’s worden gekenmerkt door het hebben van rechtspersoonlijkheid en hebben een (algemeen/dagelijks) bestuur en stellen jaarlijks een begroting en een jaarrekening op.

Voorbeeld is:

  • het boeken door een gemeente van een bijdrage aan een gemeenschappelijke regeling ter dekking van een nadelig exploitatiesaldo;
  • het boeken door een gemeente van een bijdrage aan een gemeenschappelijke regeling voor de uitvoering van de WSW of de Participatiewet.

overdrachten aan andere vormen van gemeenschappelijke regelingen, zoals gemeenschappelijke regelingen met een centrumgemeente-constructie. In deze constructie draagt een gemeente taken en bevoegdheden over aan een andere gemeente, de centrumgemeente. De gemeente compenseert doorgaans deze centrumgemeente voor de aan de taken en bevoegdheden verbonden lasten. Deze compensatie moet worden geboekt op 4.3.2 Inkomensoverdrachten - gemeenten.

4.3.4 - Inkomensoverdrachten - provincies

Zie de algemene toelichting onder Inkomensoverdrachten.

Betreft de inkomensoverdrachten ontvangen van of betaald aan provincies.

Voorbeeld is:

  • het boeken door een gemeente van de afdracht aan een provincie van provinciale leges die door de gemeente zijn geïnd.

4.3.5 - Inkomensoverdrachten - waterschappen

Zie de algemene toelichting onder Inkomensoverdrachten.

Betreft de inkomensoverdrachten ontvangen van of betaald aan waterschappen.

4.3.6 - Inkomensoverdrachten - overige overheden

Zie de algemene toelichting onder Inkomensoverdrachten.

Betreft de inkomensoverdrachten ontvangen van of betaald aan overige overheden. Overige overheden zijn alle instellingen die voldoen aan de definitie van een overheidsinstelling (zie de Begrippenlijst) maar niet als soort overheidsinstelling zijn genoemd in de categorieën 4.3.1 t/m 4.3.5 (voor voorbeelden van overige overheden, zie de definitie van een overheidsinstelling in de Begrippenlijst).

Niet tot deze categorie behoren:
  • overdrachten aan de Sociale Verzekeringsbank (SVB) in het kader van de uitbetaling van de persoonsgebonden budgetten (pgb’s); deze moeten worden geboekt als sociale uitkeringen in natura (zie 3.4.1 Sociale uitkeringen in natura).

4.3.7 - Inkomensoverdrachten – Europese Unie

Zie de algemene toelichting onder Inkomensoverdrachten.

Het betreft uitsluitend de inkomensoverdrachten ontvangen van of betaald aan de instellingen van de Europese Unie. Zie de Begrippenlijst voor een verdere toelichting op het begrip Europese Unie in dit verband.

Inkomensoverdrachten ontvangen van of betaald aan overige buitenlandse instellingen of buitenlandse personen moeten worden geboekt op 4.3.8 Inkomensoverdrachten – overige instellingen en personen.

Het gaat hierbij alleen om gelden die bestemd zijn voor eigen projecten van de ontvangende overheid.

Tot deze categorie worden gerekend:

  • door gemeenten ontvangen inkomensoverdrachten van de Europese Unie, in het kader van
    de ESF-gelden bestemd voor eigen projecten.

Niet tot deze categorie behoren:
  • gelden die door bedrijven of instellingen zijn aangevraagd bij de EU en waarvoor de overheid een loket- en doorgeeffunctie heeft. Deze van de EU ontvangen gelden mogen alleen als financiële transacties worden geregistreerd op categorie 6.1 Financiële transacties aan de activa- en passivakant van de balans, zodanig dat ze geen effect hebben op het saldo van 6.1. Dit geldt ook voor de uitbetaling van deze gelden aan de eindbegunstigde.

4.3.8 - Inkomensoverdrachten - overige instellingen en personen

Zie de algemene toelichting onder Inkomensoverdrachten.

Inkomensoverdrachten ontvangen van of betaald aan instellingen die niet behoren tot de in categorie 4.3.1 t/m 4.3.7 genoemde instellingen (i.e. geen overheidsinstellingen en geen instellingen van de Europese Unie) dienen op deze categorie te worden geboekt.

Hiertoe behoren onder meer de bijdragen in de uitgaven van huishoudens (exclusief de sociale uitkeringen genoemd onder lasten 3.4.1. Sociale uitkeringen in natura en onder lasten 4.1.1 Sociale uitkeringen in geld) én bijdragen in de exploitatiekosten van instellingen waarvan de baten in hoofdzaak afkomstig zijn van personen/gezinnen en/of het buitenland.

Tot deze categorie behoren onder meer:
  • tegemoetkomingen aan raadsfracties in de kosten van die fracties;
  • uitkeringen schadeverzekeringen;
  • bijdragen aan amateurgezelschappen voor muziek, opera, toneel en dans;
  • bijdragen aan amateursportverenigingen;
  • bijdragen aan instellingen zonder winstoogmerk zoals vakbonden, regionale omroepen, goede doelen organisaties;
  • uitgekeerde geldprijzen, toelagen of andere bijdragen aan personen voor bijzondere prestaties, zoals op het gebied van cultuur en wetenschap of voor daden van menslievende aard;
  • bijdragen aan studiefondsen en verstrekking van studiebeurzen en toelagen;
  • ontvangen gewetensgelden;
  • baten aan boetes.
Niet tot deze categorie behoren:
  • betaalde loonkostensubsidies aan stichtingen en verenigingen. Deze worden gerekend tot de subsidies (zie lasten Subsidies).

4.3.9 - Inkomensoverdrachten - onverdeeld

Deze categorie mag alleen worden gebruikt voor de aanlevering van de begroting.

Deze categorie betreft betaalde of ontvangen inkomensoverdrachten waarvan nog onduidelijk is wie respectievelijk de ontvangende of betalende instelling partij is of dat het nog niet goed mogelijk is deze partij te rangschikken onder een van de groepen van instellingen zoals bedoeld in de categorieën 4.3.1 t/m 4.3.8.

Zie verder de algemene toelichting onder Inkomensoverdrachten.

Kapitaaloverdrachten

De (groep) kapitaaloverdrachten kan worden verdeeld in drie soorten kapitaaloverdrachten.

1 Investeringsbijdragen

Een betaalde investeringsbijdrage is een bijdrage in een door een derde gedane investering die valt binnen de categorieën 3.1 Grond en 3.2 Duurzame goederen, waaronder:

  • aankoop van gronden en van andere bestaande onroerende zaken;
  • nieuwbouw, verbouw of restauratie van onroerende zaken;
  • aankoop van duurzame roerende zaken.

Voorbeelden zijn bijdragen:

  • aan ProRail in de kosten van aanleg van spoorwegovergangen en spoorwegviaducten;
  • aan het Rijk in de kosten van aanleg van een rijksweg;
  • in de bouw of verbetering van gemeentewegen en voor wegwijzers bij nieuw aangelegde gemeentewegen.

Daarnaast worden de bijdragen in de door andere overheidsinstellingen verstrekte investeringsbijdragen ook tot de investeringsbijdragen gerekend.

NB er is geen sprake van een investeringsbijdrage indien de bijdrage gekoppeld is aan een tegenprestatie in de vorm van een latere overdracht van een investeringswerk of grond; zie ook hieronder de tekst onder de kop ‘Niet tot de kapitaaloverdrachten behoren:’.

2 Baatbelasting

De ingevolge artikel 222 van de Gemeentewet geheven belasting.

3 Overige vermogensoverdrachten

Deze bijdragen zijn bedoeld om het vermogen van de ontvangende partij te versterken.

Hiertoe behoren onder meer:

  • vergoeding van schade, ontstaan ten gevolge van vaststelling of herziening van gemeentelijke bestemmingsplannen, met inbegrip van die aan eigenaars van onroerende zaken aangewezen als behorende tot een beschermd dorps- of stadsgezicht;
  • afkoop van tolrecht of andere rechten;
  • bijdragen in door derden betaalde schadevergoedingen en afkoopsommen;
  • vergoeding van niet voldane aflossingen van door de gemeente gewaarborgde geldleningen;
  • schadevergoedingen aan ondernemingen door hevige regenval of langdurige droogte of door andere natuurrampen;
  • uitkeringen aan rechthebbenden of aan de consignatiekas van de (netto)opbrengst wegens verkoop van gevonden voorwerpen dan wel op het strand aangespoelde goederen.
  • afkoopsommen van onderhoudsplicht in verband met overdracht in beheer en onderhoud van water- en wegenbouwkundige werken;
  • betalingen door de overheid of door het buitenland aan eigenaren van kapitaalgoederen die als gevolg van oorlogshandelingen, andere politieke gebeurtenissen of natuurrampen (overstromingen e.d.) zijn vernietigd of beschadigd;
  • vergoedingen bij verwerving van onroerende zaken, zoals:
  • bedrijfsschadevergoedingen;
  • inkomensschadevergoedingen aan pachters en huurders;
  • vergoeding van verplaatsing van een bedrijf, sportaccommodatie en dergelijke;
  • vergoeding van afbraakkosten.
  • vergoedingen van schade verband houdende met gemeentelijke investeringswerken, zoals:
  • bedrijfsschadevergoedingen, zoals vergoeding van omrijdschade;
  • vergoeding van kosten van verleggen van kabels, leidingen, sloten en andere objecten onder, op of boven de grond;
  • vergoeding van aanpassingskosten van onroerende eigendommen van derden;
  • overdrachten van de overheid aan niet-financiële vennootschappen en quasi-vennootschappen ter dekking van gecumuleerde verliezen over verschillende boekjaren of van uitzonderlijke verliezen die aan oorzaken buiten de onderneming zijn toe te schrijven (zelfs in het geval van een kapitaalinjectie).
  • overdrachten tussen overheidsinstellingen die ten doel hebben het hoofd te bieden aan onverwachte uitgaven of die bestemd zijn om gecumuleerde tekorten te dekken. Deze overdrachten tussen subsectoren van de overheid zijn interne stromen van de sector overheid, die verdwijnen wanneer een geconsolideerde rekening voor de gehele sector wordt opgesteld;
  • legaten en nalatenschappen, anders dan ten gevolge van verhaal van leenbijstand (zie 4.1.2 verhaal sociale uitkeringen in geld) en schenkingen;
  • kwijtschelding van schulden met wederzijdse instemming, alsmede de tegenboeking van een schuldovername of soortgelijke transacties, zoals honorering van garanties die verband houden met niet-standaardgarantieregelingen, of schuldsanering waarbij een deel van de schulden wordt gedelgd of overgenomen. Uitgezonderd zijn echter:
  • kwijtschelding van financiële aanspraken op en overname van schulden van winstgevende quasi-vennootschappen door de eigenaar van de quasi-vennootschap. Deze worden behandeld als een transactie in deelnemingen en aandelen. NB de overname van geaccumuleerde schulden of van buitengewoon groot verlies moet wel worden geregistreerd als een overige vermogensoverdracht;
  • kwijtschelding en overname van schulden van een overheidsonderneming door de overheid, wanneer de onderneming ophoudt te bestaan. Deze moeten worden verantwoord op 7.5 Overige verrekeningen;
  • kwijtschelding en overname van schulden van een overheidsonderneming door de overheid in het kader van de privatisering van de onderneming op korte termijn. Deze worden behandeld als transacties in deelnemingen en aandelen;
  • afboeking van oninbare belastingen of heffingen indien de opbrengst hiervan wordt gerapporteerd op basis van aanslagen (zie ook 2. Belastingen en 3.7 Leges en andere rechten);
  • buitengewone betalingen aan sociale verzekeringsfondsen door werkgevers (inclusief de overheid) of door de overheid (in het kader van zijn sociale taken), voor zover deze betalingen bestemd zijn voor een verruiming van de actuariële reserves van deze fondsen;
  • wanneer aan de sector overheid verschuldigde belastingen en sociale premies op basis van kohieren en aangiften worden geregistreerd, wordt het gedeelte dat waarschijnlijk niet zal worden geïnd, in dezelfde verslagperiode geneutraliseerd door middel van een overige kapitaaloverdracht;
  • verzekeringsuitkeringen na een ramp;
  • ontvangsten wegens het vervallen van in de gemeentekas gestorte waarborgsommen.
Niet tot de kapitaaloverdrachten behoren:
  • een bijdrage aan een instelling die optreedt als ‘bouwheer’ van een investeringswerk, en waarbij het investeringswerk na de totstandkoming door de bouwheer (gedeeltelijk) wordt overgedragen aan de instelling die de bijdrage verleende. Deze betaling moeten worden geboekt als (vooruit)betaling voor het investeringsgoed op lasten categorie 3.2 Duurzame goederen;
  • een bijdrage die een gemeente ontvangt van een projectontwikkelaar ter financiering van het bouwrijp maken van bouwgrond en die kan worden gezien als (gedeeltelijke) (vooruit)betaling door de projectontwikkelaar voor de bouwgrond die de gemeente in een later stadium gaat leveren. Deze ontvangsten moet de gemeente boeken op baten 3.1 Grond;
  • de afschrijving van een schuld zonder dat daaraan de vrijwillige instemming van beide partijen aan vooraf ging. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer een debiteur van de gemeente zijn schuld niet erkent en de gemeente deze niet zozeer vrijwillig, maar noodgedwongen afschrijft. Deze afschrijving mag niet worden gezien als een economische transactie en mag daarom ook niet doorlopen in het EMU-saldo. Dit soort afschrijvingen moet daarom worden geregistreerd op 7.5 Overige verrekeningen;
  • een overdracht aan de overheid van de opbrengst uit een privatisering (bijvoorbeeld via een holding); deze wordt geregistreerd als een financiële transactie 6.1 Financiële transacties) in deelnemingen en aandelen;
  • kapitaalverstrekkingen waarbij middelen ter beschikking worden gesteld in ruil voor een belofte van toekomstig dividend of een ander type rendement. Deze worden beschouwd als inbreng van kapitaal en moeten daarom worden geboekt als financiële transactie op categorie 6.1 Financiële transacties;
  • bijdragen uit eigen reserves ter dekking van tekorten van gerealiseerde bouwexploitatie-plannen; deze moeten worden geboekt categorie 7.1 Mutatie reserves.

De kapitaaloverdrachten bestaan uit acht categorieën aan overdrachten in relatie tot een bepaalde tegensector en één categorie aan kapitaaloverdrachten indien de tegensector nog onbepaald is. NB deze laatste categorie (i.e. categorie 4.3.9. Inkomensoverdrachten - onverdeeld) mag alleen worden gebruikt in de aanlevering van de begroting.

4.4 - Kapitaaloverdrachten

De (groep) kapitaaloverdrachten kan worden verdeeld in drie soorten kapitaaloverdrachten.

Investeringsbijdragen

Een betaalde investeringsbijdrage is een bijdrage in een door een derde gedane investering die valt binnen de categorieën 3.1 Grond en 3.2 Duurzame goederen, waaronder:

  • aankoop van gronden en van andere bestaande onroerende zaken;

  • nieuwbouw, verbouw of restauratie van onroerende zaken;

  • aankoop van duurzame roerende zaken.

Voorbeelden zijn bijdragen:

  • aan ProRail in de kosten van aanleg van spoorwegovergangen en spoorwegviaducten;

  • aan het Rijk in de kosten van aanleg van een rijksweg;

  • in de bouw of verbetering van gemeentewegen en voor wegwijzers bij nieuw aangelegde gemeentewegen.


 

Daarnaast worden de bijdragen in de door andere overheidsinstellingen verstrekte investeringsbijdragen ook tot de investeringsbijdragen gerekend.

NB er is geen sprake van een investeringsbijdrage indien de bijdrage gekoppeld is aan een tegenprestatie in de vorm van een latere overdracht van een investeringswerk of grond; zie ook hieronder de tekst onder de kop ‘Niet tot de kapitaaloverdrachten behoren:’.

Baatbelasting

De ingevolge artikel 222 van de Gemeentewet geheven belasting.

Overige vermogensoverdrachten

Deze bijdragen zijn bedoeld om het vermogen van de ontvangende partij te versterken.

Hiertoe behoren onder meer:

  • vergoeding van schade, ontstaan ten gevolge van vaststelling of herziening van gemeentelijke bestemmingsplannen, met inbegrip van die aan eigenaars van onroerende zaken aangewezen als behorende tot een beschermd dorps- of stadsgezicht;

  • afkoop van tolrecht of andere rechten;

  • bijdragen in door derden betaalde schadevergoedingen en afkoopsommen;

  • vergoeding van niet voldane aflossingen van door de gemeente gewaarborgde geldleningen;

  • schadevergoedingen aan ondernemingen door hevige regenval of langdurige droogte of door andere natuurrampen;

  • uitkeringen aan rechthebbenden of aan de consignatiekas van de (netto)opbrengst wegens verkoop van gevonden voorwerpen dan wel op het strand aangespoelde goederen.

  • afkoopsommen van onderhoudsplicht in verband met overdracht in beheer en onderhoud van water- en wegenbouwkundige werken;

  • betalingen door de overheid of door het buitenland aan eigenaren van kapitaalgoederen die als gevolg van oorlogshandelingen, andere politieke gebeurtenissen of natuurrampen (overstromingen e.d.) zijn vernietigd of beschadigd;

  • vergoedingen bij verwerving van onroerende zaken, zoals:

  • bedrijfsschadevergoedingen;

  • inkomensschadevergoedingen aan pachters en huurders;

  • vergoeding van verplaatsing van een bedrijf, sportaccommodatie en dergelijke;

  • vergoeding van afbraakkosten.

  • vergoedingen van schade verband houdende met gemeentelijke investeringswerken, zoals:

  • bedrijfsschadevergoedingen, zoals vergoeding van omrijdschade;

  • vergoeding van kosten van verleggen van kabels, leidingen, sloten en andere objecten onder, op of boven de grond;

  • vergoeding van aanpassingskosten van onroerende eigendommen van derden;

  • overdrachten van de overheid aan niet-financiële vennootschappen en quasi-vennootschappen ter dekking van gecumuleerde verliezen over verschillende boekjaren of van uitzonderlijke verliezen die aan oorzaken buiten de onderneming zijn toe te schrijven (zelfs in het geval van een kapitaalinjectie).

  • overdrachten tussen overheidsinstellingen die ten doel hebben het hoofd te bieden aan onverwachte uitgaven of die bestemd zijn om gecumuleerde tekorten te dekken. Deze overdrachten tussen subsectoren van de overheid zijn interne stromen van de sector overheid, die verdwijnen wanneer een geconsolideerde rekening voor de gehele sector wordt opgesteld;

  • legaten en nalatenschappen, anders dan ten gevolge van verhaal van leenbijstand (zie 4.1.2 verhaal sociale uitkeringen in geld) en schenkingen;

  • kwijtschelding van schulden met wederzijdse instemming, alsmede de tegenboeking van een schuldovername of soortgelijke transacties, zoals honorering van garanties die verband houden met niet-standaardgarantieregelingen, of schuldsanering waarbij een deel van de schulden wordt gedelgd of overgenomen. Uitgezonderd zijn echter:

  • kwijtschelding van financiële aanspraken op en overname van schulden van winstgevende quasi-vennootschappen door de eigenaar van de quasi-vennootschap. Deze worden behandeld als een transactie in deelnemingen en aandelen. NB de overname van geaccumuleerde schulden of van buitengewoon groot verlies moet wel worden geregistreerd als een overige vermogensoverdracht;

  • kwijtschelding en overname van schulden van een overheidsonderneming door de overheid, wanneer de onderneming ophoudt te bestaan. Deze moeten worden verantwoord op 7.5 Overige verrekeningen;

  • kwijtschelding en overname van schulden van een overheidsonderneming door de overheid in het kader van de privatisering van de onderneming op korte termijn. Deze worden behandeld als transacties in deelnemingen en aandelen;

  • afboeking van oninbare belastingen of heffingen indien de opbrengst hiervan wordt gerapporteerd op basis van aanslagen (zie ook 2. Belastingen en 3.7 Leges en andere rechten);

  • buitengewone betalingen aan sociale verzekeringsfondsen door werkgevers (inclusief de overheid) of door de overheid (in het kader van zijn sociale taken), voor zover deze betalingen bestemd zijn voor een verruiming van de actuariële reserves van deze fondsen;

  • wanneer aan de sector overheid verschuldigde belastingen en sociale premies op basis van kohieren en aangiften worden geregistreerd, wordt het gedeelte dat waarschijnlijk niet zal worden geïnd, in dezelfde verslagperiode geneutraliseerd door middel van een overige kapitaaloverdracht;

  • verzekeringsuitkeringen na een ramp;

  • ontvangsten wegens het vervallen van in de gemeentekas gestorte waarborgsommen.


 

Niet tot de kapitaaloverdrachten behoren:

  • een bijdrage aan een instelling die optreedt als ‘bouwheer’ van een investeringswerk, en waarbij het investeringswerk na de totstandkoming door de bouwheer (gedeeltelijk) wordt overgedragen aan de instelling die de bijdrage verleende. Deze betaling moeten worden geboekt als (vooruit)betaling voor het investeringsgoed op lasten categorie 3.2 Duurzame goederen;

  • een bijdrage die een gemeente ontvangt van een projectontwikkelaar ter financiering van het bouwrijp maken van bouwgrond en die kan worden gezien als (gedeeltelijke) (vooruit)betaling door de projectontwikkelaar voor de bouwgrond die de gemeente in een later stadium gaat leveren. Deze ontvangsten moet de gemeente boeken op baten 3.1 Grond;

  • de afschrijving van een schuld zonder dat daaraan de vrijwillige instemming van beide partijen aan vooraf ging. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer een debiteur van de gemeente zijn schuld niet erkent en de gemeente deze niet zozeer vrijwillig, maar noodgedwongen afschrijft. Deze afschrijving mag niet worden gezien als een economische transactie en mag daarom ook niet doorlopen in het EMU-saldo. Dit soort afschrijvingen moet daarom worden geregistreerd op 7.5 Overige verrekeningen;

  • een overdracht aan de overheid van de opbrengst uit een privatisering (bijvoorbeeld via een holding); deze wordt geregistreerd als een financiële transactie 6.1 Financiële transacties) in deelnemingen en aandelen;

  • kapitaalverstrekkingen waarbij middelen ter beschikking worden gesteld in ruil voor een belofte van toekomstig dividend of een ander type rendement. Deze worden beschouwd als inbreng van kapitaal en moeten daarom worden geboekt als financiële transactie op categorie 6.1 Financiële transacties;

  • bijdragen uit eigen reserves ter dekking van tekorten van gerealiseerde bouwexploitatie-plannen; deze moeten worden geboekt categorie 7.1 Mutatie reserves.

4.4.1 - Kapitaaloverdrachten - Rijk

Zie de algemene toelichting onder Kapitaaloverdrachten.

Betreft de kapitaaloverdrachten ontvangen van of betaald aan het Rijk. Zie de Begrippenlijst voor wat tot het Rijk wordt gerekend.

4.4.2 - Kapitaaloverdrachten – gemeenten

Zie de algemene toelichting onder Kapitaaloverdrachten.

Betreft de kapitaaloverdrachten ontvangen van of betaald aan gemeenten. Ook een kapitaaloverdracht aan een gemeente die optreedt als centrumgemeente in een gemeenschappelijke regeling met een centrumgemeente-constructie, moet op deze categorie worden geboekt.

4.4.3 - Kapitaaloverdrachten - gemeenschappelijke regelingen

Zie de algemene toelichting onder Kapitaaloverdrachten.

Betreft de kapitaaloverdrachten ontvangen van of betaald aan gemeenschappelijke regelingen (gr’s). Tot de gr’s worden in dit verband alleen gerekend de gr’s als openbaar lichaam of bedrijfsvoeringsorganisatie. Deze twee soorten gr’s worden gekenmerkt door het hebben van rechtspersoonlijkheid en hebben een (algemeen/dagelijks) bestuur en stellen jaarlijks een begroting en een jaarrekening op.

Niet tot deze categorie behoren:
  • kapitaaloverdrachten ontvangen van of betaald aan andere vormen van gemeenschappelijke regelingen, zoals gemeenschappelijke regelingen met een centrumgemeente-constructie. Een kapitaaloverdracht aan een centrumgemeente moeten worden geboekt als 4.4.2 Kapitaaloverdrachten – gemeenten.

4.4.4 - Kapitaaloverdrachten - provincies

Zie de algemene toelichting onder Kapitaaloverdrachten.

Betreft de kapitaaloverdrachten ontvangen van of betaald aan provincies.

4.4.5 - Kapitaaloverdrachten - waterschappen

Zie de algemene toelichting onder Kapitaaloverdrachten.

Betreft de kapitaaloverdrachten ontvangen van of betaald aan waterschappen.

4.4.6 - Kapitaaloverdrachten - overige overheden

Zie de algemene toelichting onder Kapitaaloverdrachten.

Betreft de kapitaaloverdrachten ontvangen van of betaald aan overige overheden. Overige overheden zijn alle instellingen die voldoen aan de definitie van een overheidsinstelling (zie de Begrippenlijst) maar niet als soort overheidsinstelling zijn genoemd in de categorieën 4.4.1 t/m 4.4.5 (voor voorbeelden van overige overheden, zie de definitie van een overheidsinstelling in de Begrippenlijst).

4.4.7 - Kapitaaloverdrachten - Europese Unie

Zie de algemene toelichting onder Kapitaaloverdrachten.

Het betreft uitsluitend de kapitaaloverdrachten ontvangen van of betaald aan de instellingen van de Europese Unie. Zie de Begrippenlijst voor een verdere toelichting op het begrip Europese Unie in dit verband.

Kapitaaloverdrachten ontvangen van of betaald aan overige buitenlandse instellingen of buitenlandse personen moeten worden geboekt op 4.4.8 Kapitaaloverdrachten - overige instellingen en personen.

Van de Europese Unie ontvangen overdrachten mogen alleen op deze categorie worden geboekt als de ontvangen gelden bestemd zijn voor eigen projecten van de ontvangende overheid.

Voorbeeld:

  • kapitaaloverdrachten van de Europese Unie, zoals de EFRO-gelden voor een eigen project.

Niet tot deze categorie behoren:
  • gelden die door bedrijven of instellingen zijn aangevraagd bij de EU en waarvoor de overheid een loket- en doorgeeffunctie heeft (alsmede de uitbetalingen aan die bedrijven of instellingen) mogen enkel als financiële transacties worden geboekt.

4.4.8 - Kapitaaloverdrachten - overige instellingen en personen

Zie de algemene toelichting onder Kapitaaloverdrachten.

Kapitaaloverdrachten ontvangen van of betaald aan instellingen die niet behoren tot de in categorie 4.4.1 t/m 4.4.7 genoemde instellingen (i.e. geen overheidsinstellingen en geen instellingen van de Europese Unie) dienen op deze categorie geboekt te worden.

NB tot deze categorie worden o.m. gerekend de kwijtschelding van belastingen en heffingen aan personen.

4.4.9 - Kapitaaloverdrachten - onverdeeld

Deze categorie mag alleen worden gebruikt voor de aanlevering van de begroting.

Dit betreft betaalde of ontvangen kapitaaloverdrachten waarvan nog onduidelijk is wie respectievelijk de ontvangende of betalende instelling partij is dan wel dat het nog niet goed mogelijk is deze partij te rangschikken onder een van de groepen van instellingen zoals bedoeld in de categorieën 4.4.1 t/m 4.4.8.

Zie verder de algemene toelichting onder Kapitaaloverdrachten.

5.0 - Rente en dividend

Rente is inkomen uit vermogen dat wordt ontvangen door eigenaren voor het ter beschikking stellen van financiële activa (deposito’s, schuldbewijzen, leningen en overige vorderingen), aan een derde.De rente op schuldbewijzen bestaat uit coupon plus geamortiseerd (dis)agio. Op de categorie rente moet ook de rente worden geboekt die bij achterstallige betalingen van verschuldigde belastingen in rekening is gebracht of die bij achteraf terugontvangen belastingen is ontvangen. Indien de rente niet apart van de belasting kan worden onderscheiden, mag de rente onder de categorie belastingen (2.0) worden opgenomen.

De categorie dividend bestaat naast de normale dividenduitkeringen (contant, stock) die door vennootschappen aan hun aandeelhouders of eigenaren wordt gegeven ook uit winstuitkeringen van ondernemingen met rechtspersoonlijkheid die geen vennootschap zijn. Het tijdstip van registratie van een dividend is het moment vanaf wanneer de aandelenprijs wordt genoteerd op een ex-dividendbasis en niet inclusief het dividend.

5.1 - Rente

Rente is de afgesproken verschuldigde vergoeding die wordt ontvangen van een derde uit hoofde van het aangaan van een financiële verplichting met die derde.

Tot deze financiële verplichtingen worden onder andere gerekend:

  • kortlopende leningen en daarmee vergelijkbare financieringen, zoals:
  • kasgeldleningen
  • rekeningcourantverhoudingen met niet-banken
  • langlopende leningen en daarmee vergelijkbare financieringen, zoals:
  • financial lease en huurkoopovereenkomsten;
  • leningen ter financiering van handelskredieten;
  • hypothecaire geldleningen;
  • waarborgsommen.
  • deposito’s;
  • handelskredieten;
  • financial lease.

Als in de rekening een bedrijf is geconsolideerd dat aan derden een winstuitkering verstrekt, dan moet deze winstuitkering op deze categorie worden geboekt.

Voor gemeenten (en gr’s) mag het gebruik van deze categorie alleen op het taakveld 0.5 - Treasury voorkomen.

Niet tot deze categorie behoren:
  • de rentelasten over het eigen vermogen en de bespaarde rente over het eigen vermogen (zie 7.4 Toegerekende reële en bespaarde rente);
  • de toerekening van de rente aan de grondexploitatie, de rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend en de toerekening van de rente aan de taakvelden via de renteomslag (zie 7.4 Toegerekende reële en bespaarde rente).

5.2 - Dividenden en winsten

Tot deze categorie behoren de winstuitkeringen die worden ontvangen voor het bezit aan aandelen en andere deelnemingen:

  • normale dividenduitkeringen (contant, stock);
  • winstuitkering van ondernemingen met rechtspersoonlijkheid die geen vennootschap zijn.
Niet tot deze categorie behoren:
  • extra dividend en superdividend; deze dienen (op een taakveld) te worden opgenomen onder 6.1 Financiële transacties (zie ook 6.1 Financiële transacties);
  • de uitkering van bonusaandelen; deze wordt niet geregistreerd omdat de marktwaarde van de deelneming niet verandert.

6.0 - Financiële transacties

Financiële transacties zijn alle transacties van een gemeente of provincie met andere instellingen of personen die een mutatie in gemeentelijke of provinciale schulden en vorderingen tot gevolg hebben. Er vindt daarbij tussen beide partijen een gelijktijdige vorming of afwikkeling van een financieel actief en het overeenkomstige financiële passief plaats, dan wel de overdracht van een financieel actief of passief aan een andere partij. 

Om op eenvoudige wijze aan te sluiten op de financiële administratie wordt in de verdelingsmatrix de bruto registratie door de gemeente/provincie gevolgd. Dit houdt in dat de aflossing op schulden en het aangaan van vorderingen als uitgaande kasstroom aan de uitgavenzijde worden verantwoord. De inkomende kasstromen door vergroting van schulden en de aflossing van vorderingen wordt aan de batenzijde verantwoord.

6.1 - Financiële transacties

Aan deze categorie worden alle transacties van een gemeente met andere instellingen of personen toegerekend die een mutatie in gemeentelijke schulden en vorderingen tot gevolg hebben. Er vindt daarbij tussen beide partijen een gelijktijdige vorming of afwikkeling van een financieel actief en het overeenkomstige financiële passief plaats, dan wel de overdracht van een financieel actief of passief aan een andere partij.

Om op eenvoudige wijze aan te sluiten op de financiële administratie wordt in de verdelingsmatrix de bruto registratie door de gemeenten gevolgd. Dit houdt in dat de aflossing op schulden en het aangaan van vorderingen als uitgaande kasstroom aan de uitgavenzijde worden verantwoord. De inkomende kasstromen door vergroting van schulden en de aflossing van vorderingen wordt aan de batenzijde verantwoord.

Tot deze categorie worden gerekend de mutaties in chartaal geld en deposito’s, kort- en langlopende effecten anders dan aandelen, financiële derivaten, kortlopende leningen, langlopende leningen, aandelen en overige deelnemingen en handelskredieten en transitorische posten. De daarmede verband houdende opnemingen en aflossingen moeten tegen de transactiewaarde worden geboekt. Indien nominale waarden worden geboekt, dan moeten tegenboekingen worden opgenomen voor agio en disagio. Deze boekingen hebben ook het karakter van financiële transacties.

Agio en disagio

Bij boeking van aankoop effecten tegen nominale waarden dient een agio (verschil tussen de emissiekoers of aflossingskoers en de nominale waarde) worden opgenomen als financiële transactie op de daarvoor bestemde balanspost. Ditzelfde geldt voor agio bij opneming of bij aflossing.

Extra en superdividend

Volgens de Europese richtlijnen mag extra dividend en superdividend niet meetellen in de bepaling van het EMU-saldo. Ontvangsten moeten daarom worden beschouwd als een financiële transactie en moeten daarom (op een taakveld) op deze categorie worden verantwoord.

Niet tot deze categorie behoren:
  • mutaties in financiële activa en passiva die niet het gevolg zijn van een economische transactie. Zie 7.5 Overige verrekeningen;

7.0 - Verrekeningen

7.1 - Mutatie reserves

Tot deze categorie behoren de toevoegingen (reserveringen) en onttrekkingen aan de reserves. Tot de reserveringen behoren de lasten die verband houden met verrekeningen van taakvelden van de begroting of rekening van baten en lasten met de reserves op de balans.

Verrekeningen tussen reserves onderling gaan ofwel via begroting(swijziging) ofwel via bestemming van het resultaat.

7.2 - Mutatie voorzieningen

Tot deze categorie behoren de toevoegingen en vrijval van voorzieningen. Niet hiertoe behoren de onttrekkingen aan de voorzieningen. Deze moeten worden geboekt op de categorieën 1. t/m 5. op de balanspost P12 Voorzieningen.

7.3 - Afschrijvingen

Tot deze categorie aan de lastenkant op de taakvelden behoren de normale of extra afschrijvingen op geactiveerde kapitaallasten. Tot deze categorie aan de batenkant op de betreffende balansposten behoren de tegenboekingen van de normale of extra afschrijvingen op geactiveerde kapitaallasten.

7.4 - Toegerekende reële en bespaarde rente

De door-/toerekening van rente aan de grondexploitatie, projectfinanciering aan het betreffende taakveld en de toerekening van rente aan de taakvelden via de rente-omslag wordt geboekt op deze categorie. De toerekening gebeurd door het boeken van een negatieve last op deze categorie op het taakveld Treasury en positieve lasten op de betreffende taakvelden.

Ook de rentelast over het eigen vermogen en de rente over voorzieningen wordt in de administratie verantwoord op deze categorie.

Hetzelfde geldt voor de rentebaten over het eigen vermogen; ook deze moeten (altijd) op deze categorie worden verantwoord (ook als deze uiteindelijk aan de reserves worden toegevoegd).

7.5 - Overige verrekeningen

Naast de verrekeningen zoals bedoeld onder 7.1 tot en met 7.4 zijn er nog een aantal overige soorten verrekeningen. Deze zijn opgenomen in deze categorie. De overige verrekeningen kunnen bestaan uit:

     1. toerekening overheadkosten direct verbonden aan grote investeringsprojecten

Aan grote investeringen zoals grondexploitaties en omvangrijke projecten kunnen aanzienlijke overheadkosten verbonden zijn. Echter door de invoering van een apart programma overhead binnen de begroting zou de investering opeens veel minder groot lijken en de overhead juist groot. Dit kan bij meerjarige investeringen ook tot gevolg hebben dat er begrotingstekorten ontstaan terwijl dit zonder een apart taakveld overhead niet het geval zou zijn geweest.

Daarom mogen de kosten van overhead wel worden toegerekend aan de investeringsprojecten indien het niet toerekenen van overhead zou leiden tot een tekort op de begroting. Als gebruik wordt gemaakt van deze uitzondering dan moet deze wel apart worden toegelicht bij het overzicht overhead, dat onderdeel uitmaakt van de begroting (en verantwoording).

In de verdelingsmatrix wordt deze boekingswijze vormgegeven door de reële lasten met betrekking tot alle overhead wel te boeken op het taakveld overhead maar het gedeelte betreffende het ‘grote investeringsproject’ kan vervolgens worden overgeboekt via het boeken van een negatieve last op deze categorie op het taakveld overhead naar de betreffende balanspost(en).

     2. activering van lasten

Bijvoorbeeld de activering van lasten met betrekking tot de bouwgrondexploitatie.

     3. overboeken van activa vanuit de balans naar de exploitatie

De verkoop van materiële en financiële activa moet in de exploitatie worden verantwoord, Hiertoe zal het actief in de balans moeten worden afgeboekt, waarbij als tegenboeking de boekwaarde van het actief als last in de exploitatie wordt opgenomen.

     4. mutaties activa en passiva die niet het gevolg zijn van een economische transactie

Een economische transactie is een ruil of een overdracht waaraan betrokken partijen vrijwillig deelnemen. Alleen deze economische transacties mogen meetellen in het EMU-saldo. Lasten en baten aangaande niet-economische transacties mogen daarom niet op categorieën worden geboekt die worden gebruikt bij de bepaling van het EMU-saldo, i.e. alle categorieën met uitzondering van de categorieën die vallen onder de Verrekeningen (5x).

Voorbeelden van mutaties van activa en passiva die niet het gevolg zijn van een economische transactie zijn:

  • noodgedwongen (eenzijdig) afschrijven van een vordering, bijvoorbeeld omdat de schuldenaar deze niet erkent of failliet is gegaan (boeking bij uitspraak rechter). NB uitzondering hierop is het afboeken van oninbare belastingen en heffingen indien de opbrengst hiervan wordt gerapporteerd op basis van aanslagen (zie 2. Belastingen en 3.7 Leges en andere rechten). Indien voor het afschrijven van de vordering een voorziening was getroffen dan wordt in de balans zowel de betreffende vordering als de voorzieningen via deze categorie verlaagd. Indien er geen voorziening was getroffen dan vindt tegenboeking van de afschrijving van de vordering plaats in de exploitatie;
  • afboekingen van materiële activa vanwege diefstal of natuurrampen;
  • herwaarderingen;
  • herclassificatie of herstructurering van de eigen instelling, zoals het opgaan van een gemeenschappelijke regeling in een gemeente, waardoor activa en passiva van de gemeente toenemen of juist het afsplitsen van een onderdeel of dienst, waardoor activa en passiva van de gemeente afnemen;
  • herclassificatie van activa en passiva.

Balansstanden Activa

De activa, of bezittingen, van een gemeente zijn aan de linkerzijde van de balans te vinden. De grootste post hierbij zijn de materiële vast activa, waar o.a. de investeringen met economisch en maatschappelijk nut gevonden worden zoals de bedrijfsgebouwen van de gemeente respectievelijk de wegen. Maar ook niet fysiek bezit, zoals aandelen, liquide middelen, of uitstaande gelden vallen onder de activa.

Vaste Activa

Vaste activa zijn bezittingen die voor een periode van langer dan één jaar vastgelegd zijn en waarbij geen grote waardeveranderingen verwacht worden. Het zijn over het algemeen bezittingen die de gemeente gebruikt in het primaire proces, of voor haar primaire taken, zoals het gemeentehuis, het riool of langlopende uitstaande leningen.

Immateriële vaste activa

Immateriële activa zijn kosten die zijn verbonden aan het sluiten van geldleningen en de kosten van onderzoek en ontwikkeling voor mogelijke investeringen.

A111 - Kosten verbonden aan sluiten geldlening en saldo agio-disagio

Tot deze balanspost behoren:

  • Kosten sluiten geldlening;
  • Kosten vervroegde aflossingen;
  • Saldo agio-disagio;

A112 - Kosten onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief

Tot deze balanspost behoren:

  • Archeologisch onderzoek;
  • Bodemsanering;
  • Implementatietraject bouw, wonen en milieu;
  • Invoeringskosten diftar;
  • Komplan ;
  • Masterplan Volkshuisvesting;
  • Natuurontwikkelingsproject;
  • Onderzoek Fiscal Control;
  • Ontsnipperingsonderzoek;
  • Opstellen groenbeheersysteem;
  • Opstellen landschapsbeleidsplan;
  • Opstellen Structuurvisie;
  • Opstellen verkeerscirculatieplan;
  • Parkeerbeleid;
  • Plattelandsontwikkeling;
  • Projectenplan ;
  • Rioolbeheersplan;
  • Saneringsonderzoek;
  • Uitbreiding verkeersveiligheidsplan ;
  • Woningbehoeftenonderzoek ;

A113 - Bijdrage aan activa in eigendom van derden

Tot deze balanspost behoren:

  • Bijdrage in herinrichting kosten vereniging ;
  • Bijdrage in kosten van restauratie een molenaarswoning;
  • Subsidie jeugdgebouw;
  • SVN;

Materiële vaste activa

Materiële vaste activa zijn de bezittingen van gemeenten. Ze kenmerken zich door een levensduur, die langer is dan één jaar. De vaste activa zijn onder te verdelen in investeringen met economisch nut en investeringen met maatschappelijk nut in de openbare ruimte. Investeringen met economisch nut kunnen worden verhandeld (gebouwen) of er kan een bijdrage voor worden gevraagd (riolering). Bij investeringen met maatschappelijk nut (rotondes) kan dat niet. Dit onderscheid is gebaseerd op de BBV-regelgeving. Meer informatie over de materiële vaste activa en de waarderingsgrondslagen kunt u vinden op de website van de commissie BBV

A121 - Gronden en terreinen

Tot deze balanspost behoren:

  • Aankoop bosgebied ;
  • Aankoop landbouwgrond;
  • Eeuwigdurende afkoop van erfpacht;
  • Verkoop grond;
  • Verwerving grond;

A122 - Woonruimten

Tot deze balanspost behoren:

  • Aankoop van woonwagens;
  • Beheerderwoning;
  • Renovatie pand;
  • Verbouwing woning;

A123 - Bedrijfsgebouwen

Tot deze balanspost behoren:

  • Aankoop gemeentehuis ;
  • Aanleg parkeerplaats bedrijfsgebouw;
  • Akoestische voorziening sporthal;
  • ARBO-voorzieningen bedrijfsgebouw;
  • Bouw bedrijfsruimte;
  • Brandpreventie gemeentehuis;
  • Dakbedekking pand;
  • Gemeentetoren;
  • Herhuisvesting ambtelijk apparaat;
  • Herstel ambtswoning;
  • Inrichting nieuwbouw gemeentehuis;
  • Mechanische ventilatie;
  • Reparatie dak ;
  • Sportcomplex ; gebouwen;
  • Uitbreiding aula begraafplaats;
  • Uitbreiding gebouw;
  • Ver- en nieuwbouw gemeentehuis;
  • Verbetering akoestiek ;
  • Verbouw en uitbreiding;
  • Verkoop gemeentehuis;
  • Verkoop wijk- en dienstencentrum;
  • Vervanging kozijnenramen ;
  • Verwijderen asbest;
  • Voorbereidingskrediet stadskantoor;

A124 - Grond- weg- en waterbouwkundige werken

Tot deze balanspost behoren:

  • 30km zone;
  • Aanleg begraafplaats;
  • Aanleg fietspad ;
  • Aanleg park;
  • Aanleg riolering buitengebied;
  • Aanpassen verkeersregelinstallatie ;
  • Aanpassing oversteekplaats ;
  • Armaturen;
  • Beschoeiing;
  • Bewegwijzering;
  • Busstrook - baan;
  • Carpoolplaats;
  • Energiezuinige verlichting;
  • Geluidsschermen ;
  • Groot onderhoud wegen ;
  • Herbestrating;
  • Herinrichting straat;
  • Hertenkamp ;
  • Inrichting park;
  • Kunstgrasmat;
  • Kunstwerk rotonde;
  • Lichtmasten;
  • Ondergrondse brandkranen;
  • Onderhoud wegen;
  • Ontsluiting bedrijventerrein;
  • Openbare verlichting buitengebied;
  • Pompgemaal ;
  • Reconstructie wegen;
  • Renovatie riolering;
  • Renovatie-vervanging brug;
  • Riolering aanpassingen\, vervanging en voorbereiding;
  • Speelterreinen;
  • Sportcomplex;
  • Sportvelden;
  • Uitbreiding openbare verlichting ;
  • Uitvoering landschapbeleidsplan ;
  • Uitvoering maatregelen GVVP ;
  • Verkeersveiligheidsmaatregelen ;
  • Wegenbestek ruilverkaveling;

A125 - Vervoermiddelen

Tot deze balanspost behoren:

  • Aanschaf van bedrijfsfietsen;
  • Bedrijfswagens;
  • Personenauto;
  • Pick-ups;
  • Tractor;
  • Trekker;
  • Veegmachine;
  • Vrachtwagens;
  • Zoutstrooier;

A126 - Machines, apparaten en installaties

Tot deze balanspost behoren:

  • Aanschaf computers;
  • Aanschaf GBKN;
  • Aanschaf hogedrukreiniger;
  • Aanschaf - vervanging diverse Machines repro;
  • Bindmachine;
  • Cirkelmaaier;
  • Couverteermachine;
  • Frankeermachine;
  • Geluidsinstallatie raadzaal;
  • Generator ;
  • Houtversnipperaar;
  • Lease maaimachine ;
  • Noodstroomvoorziening;
  • Persinstallatie milieupark;
  • Postregistratie en dossierbeheersysteem;
  • Sneeuwschuif ;
  • Snijmachine;
  • Vervangen roterende archiefkast;
  • Vervanging (laser)-printers;
  • Vervanging gladheidstrooiers;
  • Vouwmachine;

A129 - Overige materiële vaste activa

Tot deze balanspost behoren:

  • Aanschaf duobakken ;
  • Aanschaf nieuw financieel systeem;
  • Afvalbakken;
  • Columbarium;
  • Containers;
  • Digitale luchtfoto's;
  • Kunst;
  • Materiële Vaste Activa in uitvoering;
  • Opmaken wegenlegger;
  • Projectkosten vastgoedinformatievoorziening;
  • Software klantenvolgsysteem;
  • Systeembeheer software;
  • Vastgoedinformatie GIS;

Financiële vaste activa

Hieronder vallen de uitgeleende gelden aan derden en kapitaalverstrekkingen met een rentetypische looptijd van één jaar of langer dan een jaar. Rentetypische looptijd betekent dat de rente is vastgelegd voor een bepaalde tijd (looptijd van de uitgeleende gelden).

A1311 - Kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen

Tot deze balanspost behoren:

  • Aandelen BNG;
  • Aandelen Nutsbedrijven;
  • Aandelen Vuilverwerkingsbedrijf;
  • Aandelen Waterbedrijf;

A1312 - Kapitaalverstrekkingen aan gemeenschappelijke regelingen

Tot deze balanspost behoren:

  • Kapitaalverstrekking aan stadsgewest;

A1313 - Kapitaalverstrekking aan overige verbonden partijen

Tot deze balanspost behoren:

  • Kapitaalverstrekking aan overige verbonden partijen

A1321 - Leningen aan woningbouwcorporaties

Tot deze balanspost behoren:

  • Geldleningen aan woningstichting ;
  • Geldleningen aan woningbouwvereniging;
  • Geldleningen aan woningbouwcoöperatie;

A1322 - Leningen aan deelnemingen

Tot deze balanspost behoren:

  • Cumprefs ABN-AMRO Bouwfonds;

A1323 - Leningen aan overige verbonden partijen

Tot deze balanspost behoren:

  • Renteloos voorschot;

A1331a - Leningen aan openbare lichamen (art. 1a Wet Fido)

Tot deze balanspost behoren:

  • langlopende leningen aan gemeenschappelijke regelingen;
  • langlopende leningen aan gemeente;
  • langlopende leningen aan provincie;

A1331b - Overige langlopende leningen

Tot deze balanspost behoren:

  • Geldlening ABN-AMRO-Bouwfonds ivm verkoop aandelen;
  • Hypothecaire geldleningen ambtenaren;
  • PC-prive project;

A1332a - Uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een looptijd ≥ 1 jaar

Tot deze balanspost behoren:

  • Uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een looptijd ≥ 1 jaar

A1332b - Uitzettingen in de vorm van Nederlands schuldpapier met een looptijd ≥ 1 jaar

Tot deze balanspost behoren:

  • Effecten Nederlands Grootboek;

A1332c - Overige uitzettingen met een looptijd ≥ 1 jaar

Tot deze balanspost behoren:

  • MTN's;
  • BNG Relatief Rendement;

Vlottende Activa

Vlottende activa zijn bezittingen die binnen één jaar afgestoten worden (zoals kortlopende leningen met een looptijd van minder dan één jaar) of bezittingen waarvan de waarde nog sterk fluctueert. Bijvoorbeeld bij activa grondexploitaties, die (deels) afgerond en verkocht worden, of waarin geïnvesteerd wordt door de gemeente.

Voorraden

A212 - Voorraden: Overige grond- en hulpstoffen

Tot deze balanspost behoren:

  • Voorraden: Overige grond- en hulpstoffen

A213 - Voorraden: Onderhanden werk (incl. bouwgronden in exploitatie)

Tot deze balanspost behoren:

  • Gronden buiten bestemmingsplannen;
  • Herinrichting locatie ;
  • Ontwikkeling terrein ;

A214 - Voorraden: Gereed product en handelsgoederen

Tot deze balanspost behoren:

  • Eigen verklaringen CBR;

A215 - Voorraden: Vooruitbetalingen

Tot deze balanspost behoren:

  • Voorraden: Vooruitbetalingen

Uitzettingen

Hieronder vallen onder andere de uitgeleende gelden en vorderingen met een rentetypische looptijd van korter dan één jaar. Ook de liquide middelen in de vorm van de kas- en banksaldo’s van de gemeente vallen onder deze post.

A221 - Uitzettingen: Vorderingen op openbare lichamen

Tot deze balanspost behoren:

  • BTW-compensatiefonds;

A222a - Uitzettingen: Verstrekte kasgeldleningen aan openbare lichamen (art. 1a Wet Fido)

Tot deze balanspost behoren:

  • Uitzettingen: Verstrekte kasgeldleningen aan openbare lichamen (art. 1a Wet Fido)

A222b - Uitzettingen: Overige verstrekte kasgeldleningen

Tot deze balanspost behoren:

  • Uitzettingen: Overige verstrekte kasgeldleningen

A223a - Uitzettingen: Rekening courant verhouding met het Rijk

Tot deze balanspost behoren:

  • Schatkistbankieren;

A223b - Uitzettingen: Rekening courant verhoudingen overige niet-financiële instellingen

Tot deze balanspost behoren:

  • Rekening Courant met Gemeenschappelijke regelingen;

A224 - Uitzettingen: Overige vorderingen

Tot deze balanspost behoren:

  • Belastingdebiteuren;
  • Debiteuren;

A225a - Uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een looptijd < 1 jaar

Tot deze balanspost behoren:

  • Uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een looptijd < 1 jaar

A225b - Uitzettingen in de vorm van Nederlands schuldpapier met een looptijd < 1 jaar

Tot deze balanspost behoren:

  • Uitzettingen in de vorm van Nederlands schuldpapier met een looptijd < 1 jaar

A225c - Overige uitzettingen met een looptijd < 1 jaar

Tot deze balanspost behoren:

  • Commercial papers;

A23 - Liquide middelen (kas\, banksaldi)

Tot deze balanspost behoren:

  • Kasgelden;
  • Kruisposten ;
  • Rekening Courant BNG.;
  • Rekening Courant ING-bank;
  • Rekening Courant Rabobank;
  • Termijndeposito's;

Overlopende activa

Dit zijn de nog te ontvangen bedragen en vooruitbetaalde bedragen.

Balansstanden Passiva

De passiva laten zien hoe de gemeente de bezittingen gefinancierd heeft en zijn aan de rechterkant van de balans te vinden. Hierbij kan een onderscheid gemaakt worden tussen vreemd vermogen (schulden en verplichtingen) en eigen vermogen (gespaard geld van voorgaande jaren).

Vaste Passiva

De vaste passiva van een gemeente hebben een looptijd van meer dan één jaar. Hieronder vallen dus niet alleen de langlopende vaste schulden, maar ook het eigen vermogen en de getroffen voorzieningen.

Eigen vermogen

Het eigen vermogen bestaat uit de reserves en het saldo van de rekening (tekort of overschot) van vorig jaar. Reserves ontstaan door overschotten op de balans of worden planmatig gevormd voor een bestedingsdoel. De gemeenteraad beslist over de voeding en de besteding van de reserves, de reserves zijn geen echt geld, maar ze zitten “vast” in de bezittingen.

Vreemd vermogen

Onder de subpost ‘vreemd vermogen’ vallen bij de IV3-informatie enkel de getroffen voorzieningen. Voorzieningen worden opgenomen om achterliggende verplichtingen en risico’s te dekken, waarvan omvang en tijdstip van optreden onzeker zijn. Voorzieningen worden ook gevormd om gelijkmatige verdeling van lasten te creëren. Dit is bijvoorbeeld het geval bij onderhoudstaken.

Vaste schuld

Onder de post vaste schuld vallen opgenomen leningen van een gemeente met een looptijd van één jaar of langer dan een jaar.

Vlottende Passiva

Onder de post vlottende passiva vallen de kortlopende schulden van een gemeente met een looptijd korter dan één jaar zoals kasgeldleningen en vooruit ontvangen bedragen.

Vlottende schuld

Onder de post vlottende schuld vallen opgenomen leningen van een gemeente met een looptijd korter dan één jaar.

Overlopende Passiva

Overlopende passiva zijn verplichtingen die gedurende het jaar zijn opgebouwd en pas volgend jaar worden betaald. Dit kunnen ook vooruit ontvangen bedragen zijn.

A29a - Overlopende Activa: Nog te ontvangen bijdragen van de EU

Tot deze balanspost behoren:

  • Overlopende Activa: Nog te ontvangen bijdragen van de EU

A29b - Overlopende Activa: Nog te ontvangen bijdragen van het Rijk

Tot deze balanspost behoren:

  • Overlopende Activa: Nog te ontvangen bijdragen van het Rijk

A29c - Overlopende Activa: Nog te ontvangen bijdragen van overige overheid

Tot deze balanspost behoren:

  • Overlopende Activa: Nog te ontvangen bijdragen van overige overheid

A29d - Overlopende Activa: Overige overlopende activa

Tot deze balanspost behoren:

  • Nog te ontvangen bedragen;
  • Tussenrekeningen;
  • Vooruitbetaalde gelden;

P111 - Eigen Vermogen: Algemene Reserve

Tot deze balanspost behoren:

  • Eigen Vermogen: Algemene Reserve

P112 - Eigen Vermogen: Bestemmingsreserve

Tot deze balanspost behoren:

  • Eigen Vermogen: Bestemmingsreserve

P114 - Eigen Vermogen: Saldo van rekening

Tot deze balanspost behoren:

  • Eigen Vermogen: Saldo van rekening

P12 - Vreemd vermogen: Voorzieningen

Tot deze balanspost behoren:

  • Vreemd vermogen: Voorzieningen

P131 - Vaste schuld: Obligatieleningen

Tot deze balanspost behoren:

  • langlopend schuldpapier ;
  • MTN's;

P132 - Vaste schuld: Onderhandse leningen van binnenlandse pensioenfondsen en verzekeraars

Tot deze balanspost behoren:

  • Vaste schuld: Onderhandse leningen van binnenlandse pensioenfondsen en verzekeraars

P133 - Vaste schuld: Onderhandse leningen van binnenlandse banken en overige financiële instellingen

Tot deze balanspost behoren:

  • Vaste schuld: Onderhandse leningen van binnenlandse banken en overige financiële instellingen

P134 - Vaste schuld: Onderhandse leningen van binnenlandse bedrijven

Tot deze balanspost behoren:

  • Vaste schuld: Onderhandse leningen van binnenlandse bedrijven

P135a - Vaste schuld: Onderhandse leningen van openbare lichamen (art. 1a Wet Fido)

Tot deze balanspost behoren:

  • Vaste schuld: Onderhandse leningen van openbare lichamen (art. 1a Wet Fido)

P135b - Vaste schuld: Onderhandse leningen van overige binnenlandse sectoren

Tot deze balanspost behoren:

  • Vaste schuld: Onderhandse leningen van overige binnenlandse sectoren

P136 - Vaste schuld: Onderhandse leningen van buitenlandse instellingen

Tot deze balanspost behoren:

  • Vaste schuld: Onderhandse leningen van buitenlandse instellingen

P137 - Vaste schuld: Door derden belegde gelden

Tot deze balanspost behoren:

  • Vaste schuld: Door derden belegde gelden

P138 - Vaste schuld: Waarborgsommen

Tot deze balanspost behoren:

  • Vaste schuld: Waarborgsommen

P139 - Vaste schuld: Renteswaps en derivaten

Tot deze balanspost behoren:

  • Vaste schuld: Renteswaps en derivaten

P211a - Vlottende schuld: Kasgeldleningen van openbare lichamen (art. 1a Wet Fido)

Tot deze balanspost behoren:

  • Vlottende schuld: Kasgeldleningen van openbare lichamen (art. 1a Wet Fido)

P211b - Vlottende schuld: Overige Kasgeldleningen

Tot deze balanspost behoren:

  • Vlottende schuld: Overige Kasgeldleningen

P212 - Vlottende schuld: Banksaldi

Tot deze balanspost behoren:

  • Rekening Courant BNG;
  • Rekening Courant ING-bank;
  • Rekening Courant Rabobank;

P213 - Vlottende schuld: Overige vlottende schulden

Tot deze balanspost behoren:

  • Crediteuren;
  • Waarborgsommen grondverkopen;

P29a - Overlopende Passiva: Vooruit ontvangen bijdragen van de EU

Tot deze balanspost behoren:

  • Overlopende Passiva: Vooruit ontvangen bijdragen van de EU

P29b - Overlopende Passiva: Vooruit ontvangen bijdragen van het Rijk

Tot deze balanspost behoren:

  • Overlopende Passiva: Vooruit ontvangen bijdragen van het Rijk

P29c - Overlopende Passiva: Vooruit ontvangen bijdragen van overige overheid

Tot deze balanspost behoren:

  • Overlopende Passiva: Vooruit ontvangen bijdragen van overige overheid

P29d - Overlopende Passiva: Overige overlopende passiva

Tot deze balanspost behoren:

  • Overlopende Passiva: Overige overlopende passiva