Ga naar de inhoud

Vraagbaak IV3 Provincies

3.4.1 - Sociale uitkeringen in natura

(Deze categorie komt alleen aan de lastenkant voor).

Zie de algemene toelichting onder 3. Goederen en diensten

Deze categorie is bedoeld voor het registreren van bijdragen aan huishoudens om de financiële lasten te verlichten die voortvloeien uit een aantal sociale risico’s en behoeften, én waarvan de besteding is gebonden aan de aanschaf van bepaalde goederen en diensten. Het maakt hierbij niet uit of de bijdrage wordt overgemaakt op de bankrekening van de begunstigde voor het zelf kunnen aanschaffen van goederen of diensten, of dat de bijdrage wordt overgemaakt aan de instantie die het goed of de dienst verstrekt.

Ook de betalingen van de persoonsgebonden budgetten (pgb’s) via de Sociale verzekeringsbank (SVB) worden tot de uitkeringen in natura gerekend. In het geval van de pgb’s loopt de betaling hiervan aan de cliënt via het SVB. Echter het SVB heeft geen beslissingsbevoegd; die ligt bij de gemeente of een gemeenschappelijke regeling en daar moeten dus de pgb’s als uitkering in natura worden geboekt. Criterium bij welke instelling de uitgaven aan sociale uitkeringen in natura moeten worden geboekt is bij welke overheidsinstelling de ‘verantwoording van het budget’ ligt.

De sociale risico's en behoeften kunnen zijn:

  • ziekte;
  • invaliditeit, handicap;
  • arbeidsongeval of beroepsziekte;
  • ouderdom;
  • nabestaanden;
  • moederschap;
  • gezin;
  • bevordering arbeidsdeelname;
  • werkloosheid; huisvesting;
  • onderwijs; algemene behoeftigheid.

Tot deze categorie behoren onder meer:

  • bijdragen in de kosten van leerlingenvervoer tussen huis en school;
  • bijdragen in de kosten van door derden geleverde faciliteiten aan personen, zoals taalcursussen, huisvesting, inburgeringscontracten;
  • huursubsidies bij huisvesting, met uitzondering van bijzondere uitkeringen door de overheid in haar hoedanigheid van werkgever;
  • bijdragen in de verhuis- en herinrichtingskosten en de kosten van opslag van meubilair van bewoners van woningen, zoals bij woningverbetering en krotopruiming;
  • vergoedingen aan personen krachtens de WMO en de Jeugdwet, zoals pgb’s en maatwerkvoorzieningen voor huishoudelijke hulp, woningaanpassingen, vervoer, etc.;
  • vergoeding van kinderopvang alleenstaande ouders;
  • kosten verbonden aan het gebruik door minima van stadspassen (zoals het betalen van de korting op musea, sportclubs, bibliotheek, activiteiten) of het meebetalen aan de aanschaf door minima van een stadspas in het kader van het minimabeleid
  • aankoop re-integratietrajecten bij niet overheidsinstellingen;
  • alle betalingen aan alle soorten instellingen die goederen en/of diensten verlenen binnen het kader van sociale risico’s en behoeften en waaraan aanbesteding ten grondslag ligt.
  • De lasten aan sociale uitkeringen in natura dienen bruto te worden verantwoord. Eventuele eigen bijdragen of verhaal van sociale uitkeringen in natura moeten worden geboekt op baten F3.4.2 Eigen bijdragen en verhaal sociale uitkeringen in natura.